is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 51-100, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8. In gevallen, behorende tot één der in artikel 88, eerste lid, onder b en d, bedoelde categorieën, wordt tot openstelling van de weg niet overgegaan dan nadat in overeenstemming met het door Onze Minister krachtens het zevende lid van het onderhavige artikel genomen besluit is gehandeld. 9. Indien bij toepassing van het tweede lid voor de gevels van één of meer woningen een hogere geluidsbelasting dan 55 dB(A) als toelaatbaar is aangemerkt, treft de gemeenteraad met betrekking tot de geluidwering van die gevels maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting, vanwege de weg, binnen de woning bij gesloten ramen: a. in gevallen, behorende tot de in artikel 88, eerste lid, onder a, bedoelde categorie, 45 dB(A) en b. in gevallen, behorende tot één der in artikel 88, eerste lid, onder b, c en d, bedoelde categorieën, 40 dB(A) niet te boven zal gaan.

§ 3. Maatregelen in bestaande situaties als bedoeld in artikel 88, eerste lid, onder et/m g

Artikel 91

1. In de gevallen, behorende tot één der in artikel 88, eerste lid, onder e en g, omschreven categorieën, wordt de weg niet aangelegd en in de gevallen, behorende tot één der in dat lid, onderf en g, omschreven categorieën, wordt voor onder de omschrijving vallende nieuwe woningen geen bouwvergunning verleend dan in overeenstemming met het ter inzage gelegde ontwerp voor een overeenkomstig de artikelen 76 t/m 78 te herzien bestemmingsplan. 2. Indien er geen op de Woningwet berustende grond is om die vergunning te weigeren, houden burgemeester en wethouders de aanvraag om een bouwvergunning voor een woning als bedoeld in het eerste lid, onverminderd de ingevolge die wet geldende andere gronden tot aanhouding, aan tot het tijdstip van de terinzagelegging, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 92

1. Artikel 91 geldt niet ingeval gehandeld wordt overeenkomstig de artikelen 93 t/m 98, tweede lid. 2. In het in het eerste lid bedoelde geval wordt de weg niet aangelegd voordat tot zijn aanleg mag worden overgegaan ingevolge artikel 93, derde lid, of ingevolge artikel 98, eerste lid. 3. In het in het eerste lid bedoelde geval houden burgemeester en wethouders, indien er geen op de Woningwet berustende grond is om die vergunning te weigeren, de aanvraag om een bouwvergunning voor een woning als bedoeld in artikel 91, eerste lid, onverminderd de ingevolge die wet geldende andere gronden tot aanhouding, aan totdat tot verlening van die vergunning mag worden overgegaan ingevolge artikel 94, tweede lid, of ingevolge artikel 98, tweede lid.

Artikel 93

1. Wanneer in een geval, behorende tot één der in artikel 88, eerste lid, onder e en g, omschreven categorieën, de wegaanlegger aan burgemeester en wethouders heeft medegedeeld tot aanleg van de geprojecteerde weg te willen overgaan, wordt, bij toepassing van artikel 92, een akoestisch onderzoek ingesteld naar de geluidsbelasting die door de onder de omschrijving vallende woningen bij verwezenlijking van die aanleg vanwege de weg zou worden ondervonden zonder de invloed van maatregelen die de geluidoverdracht beperken, en naar de doeltreffendheid van de in aanmerking komende maatregelen om te voorkomen dat de in de toekomst vanwege de weg optredende geluidsbelasting van die woningen de waarde van 50 dB(A) te boven zou gaan. 2. Behoort het geval tot de in artikel 88, eerste lid, onder e, omschreven