is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 151-190, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Macro verschafte deze aftrek - de werkelijke vacatures benaderend - de rijksoverheid de mogelijkheid incidentele subsidies onder meer in verband met kosten van festiviteiten, buitenlandse reizen, werving, verhuizing, woon-werkverkeer in afwachting van verhuizing, inschakeling deskundigen en specialisten, kosten van bevordering deskundigheid en dergelijke te vergoeden.

De introductie van de rijksbijdrageregeling laat-waar geen afrekening plaatsvindt op basis van voor bepaalde kostensoorten gedane uitgaven - een dergelijke gedetailleerde vergoedingsregeling niet toe.

Indien met de berekening van de bijdrage voor 1979 rekening zou worden gehouden met dergelijke incidentele subsidies, zou ter dekking van deze uitgaven eveneens een vacature-aftrek moeten worden toegepast. Een korting op de bijdrage in verband met mogelijke vacatures past echter niet in het systeem van de rijksbijdrageregeling.

Lid 7

Tot op heden bestond de mogelijkheid aan instellingen werkzaam in gemeenten die in moeilijke financiële omstandigheden verkeren of in gemeenten met een bijzondere problematiek een zogenaamd bijzonder stimuleringssubsidie, dan wel subsidie in het kader van het bijzonder regionaal welzijnsbeleid te verlenen. Dit hield in, dat naast het percentage rijkssubsidie op basis van de subsidieregeling in de eerste drie jaren het Rijk het gemeentelijk subsidie-aandeel geheel of gedeeltelijk voor zijn rekening nam. Daarna werd deze uitkering jaarlijks met een bepaald percentage verminderd. Dit systeem wordt ten aanzien van gemeenten met instellingen die dit bijzonder subsidie, dan wel subsidie in het kader van het bijzonder regionaal welzijnsbeleid ontvingen, in de bijdrageverlening voortgezet.

Artikel 34 en 35

Voor de overgangsjaren is een aparte regeling met betrekking tot de administratieve gang van zaken opgenomen.

Artikel 37

Een zeer vereenvoudigde wijze van aanvragen van een rijksbijdrage zal van toepassing zijn voor gemeenten, waaraan slechts een geringe rijksbijdrage (minder dan f 75 000) in het vooruitzicht kan worden gesteld.

De desbetreffende gemeenten zullen hieromtrent tijdig geïnformeerd worden.

De Staatssecretaris van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk, J. G. Kraaijeveld-Wouters