is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 151-190, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Inb = het werkelijke bedrag der nieuwe inkomsten als bedoeld onder b. Ina = het werkelijke bedrag der nieuwe inkomsten als bedoeld onder a. Indien t < O(nul) wordt t gelijkgesteld met O(nul). Indien v < O(nul) wordt v gelijkgesteld met O(nul). De vermindering vindt plaats over de maand waarop die inkomsten betrekking hebben of geacht kunnen worden betrekking te hebben. 3. Het bepaalde in de eerste twee leden vindt overeenkomstig toepassing ten aanzien van inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen gedurende non-activiteit, vakantie of verlof onmiddellijk voorafgaande aan het ontslag ter zake waarvan de ontslaguitkering is toegekend, een en ander onverminderd het bepaalde in artikel I-H14. 4. Wanneer de belanghebbende arbeid of bedrijf ter hand heeft genomen vóór de dag waarop het ontslag hem is aangezegd, anders dan bedoeld in het vorige lid, en na die dag uit die arbeid of dat bedrijf inkomsten of meer inkomsten gaat genieten, zijn de eerste twee leden van toepassing, tenzij hij aannemelijk maakt, dat die inkomsten of vermeerdering van inkomsten geen gevolg zijn van een verhoogde werkzaamheid en ook geen verband houden met het ontslag. Indien hij dit slechts ten aanzien van een gedeelte van die inkomsten of vermeerdering van inkomsten aannemelijk maakt, zijn de eerste twee leden op het overblijvende gedeelte van toepassing. Het bepaalde in dit lid geldt onverminderd het bepaalde in artikel I-H14. 5. Voor de toepassing van dit artikel wordt een uitkering krachtens de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet aangemerkt als inkomsten in verband met arbeid. 6. Indien in het bedrag der inkomsten bedoeld in de voorgaande leden is of geacht kan worden te zijn begrepen een vergoeding terzake van de premie Algemene Ouderdomswet en Algemene Weduwen- en Wezenwet (Stb. 1959, 139), blijft deze vergoeding voor de toepassing van dit artikel buiten beschouwing, tenzij in geval van een wachtgeld verleend terzake van een ontslag uit een betrekking als bedoeld in artikel I-H1, eerste lid onder c8. 7. Onze minister kan bepalen, dat inkomsten die zijn genoten uit hoofde van overwerk, bij wijze van gratificatie, alsmede die terzake van een vrijwillige verbintenis bij de Nationale Reserve, bij de Reserve Rijks- of Gemeentepolitie, bij de noodwachten en noodwachtstaven, de monumentenwacht of bij nader aan te wijzen reserve-organen geheel of ten dele niet worden aangemerkt als inkomsten. 8. De kindertoelage die de belanghebbende onder welke benaming ook elders ontvangt, wordt niet aangemerkt als inkomsten. Artikel I-H16 Kindertoeslag 1. Indien en zolang de belanghebbende een ontslaguitkering ontvangt met inbegrip van de uitkering bedoeld in artikel I-H18, heeft hij eveneens aanspraak op een toeslag die wordt toegekend en berekend op gelijke wijze als is bepaald in de Kindertoelageregeling overheidspersoneel. Daarbij wordt onder wedde verstaan de wedde in de zin van de genoemde regeling die het laatst voor hem heeft gegolden, of die voor hem zou hebben gegolden, indien hij in dezelfde betrekking met dezelfde salarisanciënniteit als hij had op hettijdstip van zijn ontslag, werkzaam zou zijn gebleven. 2. Op de voor een kind berekende toeslag, bedoeld in het vorige lid, wordt de kinderbijslag die onder welke benaming ook elders voor dat kind kan worden ontvangen in mindering gebracht. 3. Indien bij de berekening van de kindertoelage, waarop voor een kind op de dag voor het ontslag terzake waarvan de ontslaguitkering is toegekend krachtens de Kindertoelageregeling overheidspersoneel aanspraak gemaakt kon worden, artikel 7 en/of 9, eerste lid, van de genoemde regeling van toepassing is geweest, wordt voor de toepassing van het tweede lid van dit artikel onder toeslag verstaan de totale kindertoelage, waarop krachtens de genoemde regeling aanspraak zou bestaan, indien de belanghebbende zijn dienstbetrekking nog zou vervullen.