is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 151-190, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. Het bedrag van de verlengde uitkering, bedoeld in artikel H6, tweede lid, is gelijk aan 75% van de laatstelijk genoten wedde. Art. H8 Recht op korte uitkering 1. Onze minister verleent desgevraagd aan de ontslagen belanghebbende met ingang van de dag van het ontslag een korte uitkering, indien: a. het ontslag is verleend uit een betrekking in vaste of tijdelijke dienst en b. de belanghebbende op die dag geen diensttijd heeft van tenminste 3 jaren en c. de belanghebbende: 1. in de periode van 12 maanden, onmiddellijk voorafgaande aan zijn ontslag, tenminste gedurende 78 dan wel 65 dagen in de beëindigde betrekking dan wel in een betrekking die geacht kan worden daaraan te zijn voorafgegaan, binnen het Rijk in loondienst werkzaam is geweest, al naar gelang een 6- of 5-daagse werkweek geldt, waarbij meetellen de dagen waarover hij zonder te werken bezoldiging heeft ontvangen, doch niet de tijd die reeds in aanmerking is genomen bij het vaststellen van het recht op een korte uitkering c.q. de berekening van een uitkering terzake van ontslag dan wel 2. in de periode van 6 weken, onmiddellijk voorafgaande aan zijn ontslag, op tenminste 30 dagen in de beëindigde betrekking dan wel in een betrekking die geacht kan worden daaraan te zijn voorafgegaan, heeft gewerkt, een en ander met dien verstande dat, indien hij in die periode over een aantal dagen bezoldiging heeft ontvangen zonder te hebben gewerkt, de periode van 6 weken met evenzovele dagen wordt verlengd. 2. Indien het ontslag van een belanghebbende bedoeld in het eerste lid, onder c1 ingaat binnen 12 maanden na een periode waarin hij ten gevolge van ziekte of werkelijke dienst als militair verhinderd was arbeid te verrichten wordt de periode van 12 maanden verlengd met de duur van deze verhindering. Art. H9 Duur en bedrag korte uitkering 1. De duur van de korte uitkering is 6 maanden. 2. Het bedrag van de korte uitkering is 80% van de laatstelijk genoten wedde. Art. H10 Geen recht op een ontslaguitkering 1. Geen recht op een ontslaguitkering bestaat indien: a. de belanghebbende op de dag van het ontslag de leeftijd van 65 jaar reeds heeft bereikt; b. de belanghebbende terzake van zijn ontslag recht heeft op een pensioen of enige andere dan krachtens dit besluit middellijk of onmiddellijk uit de openbare kas bekostigde uitkering terzake van ontslag; c. het ontslag op eigen verzoek is verleend met uitzondering van het geval bedoeld in art. H2, onder b2; d. Onze minister van oordeel is, dat het verleende ontslag aan eigen schuld of toedoen van de belanghebbende is te wijten; e. en voor zover overigens de uit het ontslag voortvloeiende werkloosheid naar het oordeel van Onze minister niet als onvrijwillig is aan te merken. 2. Geen recht op wachtgeld bestaat indien ten aanzien van de belanghebbende de toekenning van wachtgeld bij wet is geregeld. 3. Geen recht op een korte of een lange uitkering bestaat indien het ontslag is verleend uit een betrekking waarin de belanghebbende geen ambtenaar was in de zin van de pensioenwet, krachtens artikel B7, onder a, van die wet.