is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 151-190, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Paragraaf 4. Leertingtessen

Artikel 17

1. De school richt het onderwijs zodanig in, dat leerlingen in elk van de eindexamenvakken waarvoor zij zijn ingeschreven, tenminste het volgende aantal lessen kunnen volgen: a. voor zover het een school voor v.w.o. betreft: 200 lessen; b. voor zover het een school voor h.a.v.o. of een school voor m.a.v.o. betreft: 160 lessen; c. voor zover het een afdeling voor m.a.v.o. betreft: 120 lessen; d. voor zover het een school voor m.e.a.o. betreft: in de eindexamenvakken recht I, recht II, maatschappijleer en stenografie 120 lessen, in het eindexamenvak machineschrijven 80 lessen en in de overige eindexamenvakken 160 lessen. 2. De school richt het onderwijs voorts zodanig in dat leerlingen in elk van de niet-eindexamenvakken maatschappijleer, muziek, tekenen, handvaardigheid I (handenarbeid) en handvaardigheid II (textiele werkvormen) waarvoor zij zijn ingeschreven, ten minste 80 lessen kunnen volgen. Paragraaf 5. Splitsing en samenvoeging van klassen en vorming van groepen in het v.w.o., h.a.v.o. en m.a.v.o.

Artikel 18

1. In de formules, vermeld in de artikelen 19, 20 en 21, stellen voor: L: het aantal leraarlessen; l\ het aantal leerlingen van de school; n: het aantal klassen van de school, te berekenen op de wijze zoals in artikel 21 is aangegeven. 2. De uitkomsten van de formules, bedoeld in het eerste lid, worden naar boven afgerond op het naastbij gelegen gehele getal.

Artikel 19

1. Vorming van klassen en groepen van leerlingen kan aan een school voor v.w.o. slechts geschieden, voor zover het totale aantal leraarlessen niet groter wordt dan de uitkomst van de formule L=13 n + p. 2. Het totale aantal leraarlessen berekend volgens het vorige lid wordt, indien de uitkomst van de formule L=13 n + p hoger is dan die van de formule L=1 1/12 1, verminderd tot het gelijk is aan de uitkomst van deze laatste formule. 3. In de formule 13 n + p bedraagt de waarde van p: voor een gymnasium ....................................................................het getal 38 voor een atheneum.......................................................................het getal 26 vooreen lyceum ............................................................................het getal 44 4. Indien het bevoegd gezag de leerlingen niet de keuze biedt uit alle vakken waarin het eindexamen kan worden afgelegd, kan Onze minister de waarde van p op een lager getal vaststellen.

Artikel 20

1. Vorming van klassen en groepen van leerlingen kan aan een school of afdeling voor h.a.v.o. of m.a.v.o. slechts geschieden, voor zover het totale aantal leraarlessen niet groter wordt dan de uitkomst van de formule L= 12 n + P2. Het totale aantal leraarlessen berekend volgens het vorige lid wordt, indien de uitkomst van de formule L= 12 n + p hoger is dan die van de formule L = p verminderd tot het gelijk is aan de uitkomst van deze laatste formule. 3. In de formule 12 n + p bedraagt de waarde van p: