is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 151-190, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B

Artikel 2 wordt gelezen:

Artikel 2. 1. Aan de leerlingen van een school voor v.w.o. wordt ter afsluiting van de opleiding gelegenheid geboden een eindexamen gymnasium onderscheidenlijk atheneum, aan de leerlingen van een school voor h.a.v.o. onderscheidenlijk van een afdeling voor h.a.v.o. wordt ter afsluiting van de opleiding gelegenheid geboden een eindexamen h.a.v.o. en, aan de leerlingen van een school voor m.a.v.o. wordt ter afsluiting van de opleiding gelegenheid geboden een eindexamen m.a.v.o.-4 af te leggen volgens dit besluit. 2. Indien in het leerplan van een school voor m.a.v.o. ook een leerplan van een afdeling voor m.a.v.o. is opgenomen en uit het lesrooster van deze school blijkt dat een hoogste leerjaar van deze afdeling is gevormd, wordt aan de leerlingen van deze afdeling ter afsluiting van de opleiding gelegenheid geboden een eindexamen m.a.v.o.-3 af te leggen volgens dit besluit.

C

1. Artikel 5, eerste lid, aanhef, wordt gelezen: Het eindexamen van de gymnasia omvat voor een kandidaat van de afdeling Ade vakken:. 2. Artikel 5, tweede lid, aanhef, wordt gelezen: Het eindexamen van de gymnasia omvat voor een kandidaat van de afdeling B de vakken:. 3. Artikel 5, derde lid, vervalt.

D

1. Artikel 6, eerste lid, aanhef, wordt gelezen: Het eindexamen van de athenea omvat voor een kandidaat van de afdeling A de vakken:. 2. Artikel 6, tweede lid, aanhef, wordt gelezen: Het eindexamen van de athenea omvat voor een kandidaat van de afdeling B de vakken:. 3. Artikel 6, derde lid, vervalt.

E

Artikel 6a vervalt.

F

In artikel 11b wordt in plaats van «t/m» gelezen: tot en met.

G

1. Artikel 16, eerste lid vervalt. 2. Artikel 16, vierde lid, tweede volzin, wordt gelezen: De proeven in een vak beslaan tezamen de stof waarover het schoolonderzoek zich ingevolge het eindexamenprogramma uitstrekt. 3. Artikel 16, achtste lid, wordt in die zin gewijzigd dat de eerste, tweede en derde volzin een afzonderlijk lid vormen, genummerd: achtste lid, de vierde volzin een afzonderlijk lid vormt, genummerd: negende lid, de vijfde, zesde en zevende volzin een afzonderlijk lid vormen, genummerd: tiende lid en de achtste volzin een afzonderlijk lid vormt, genummerd: elfde lid.