is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 151-190, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoek onttrekt of zich bij het schoolonderzoek aan bedrog of enige andere onregelmatigheid schuldig maakt, en door wie deze maatregelen genomen worden; f. in welke gevallen, bij wie en binnen welke termijn een kandidaat of zijn ouders, voogden of verzorgers, indien aan die kandidaat de verdere deelneming aan het schoolonderzoek is ontzegd of zijn schoolonderzoek ongeldig is verklaard, in beroep kunnen komen. Artikel 24. 1. De examinator vult de door hem vastgestelde cijfers voor het schoolonderzoek in op een lijst van cijfers, waarvan het model door Onze minister wordt vastgesteld, ondertekent deze lijst en levert deze tenminste één week voor de aanvang van de schriftelijke examens in bij de directeur. 2. De directeur draagt er zorg voor dat de cijfers voor het schoolonderzoek worden overgenomen op een verzamellijst van cijfers, waarvan het model door Onze minister wordt vastgesteld. De directeur en de secretaris van het eindexamen vergewissen zich ervan dat de cijfers juist zijn overgenomen en ondertekenen de verzamellijst van cijfers. 3. De directeur zendt tenminste drie dagen voor de aanvang van de schriftelijke examens een overeenkomstig het vorige lid ingevuld en ondertekend exemplaar van de verzamellijst van cijfers aan de inspecteur. De directeur geeft de in het eerste lid bedoelde lijst van cijfers terug aan de examinator. 4. In het geval van artikel 27, tweede volzin, kan Onze minister voorschriften geven die afwijken van de vorige leden.

HOOFDSTUK V. SCHRIFTELIJK EXAMEN

Artikel 25. 1. Onze minister wijst voor elke school één of meer gecommitteerden aan. De aanwijzing geldt tot de afloop van de herkansing. Indien dit door Onze minister wordt verzocht, stelt het bevoegd gezag gecommitteerden ter aanwijzing voor. 2. De gecommitteerden ontvangen uit 's Rijks kas een beloning voor het nazien van het schriftelijk werk en een vergoeding van reis- en verblijfkosten, door Onze minister vast te stellen. Artikel 26. De directeur zendt jaarlijks vóór 1 oktober aan de inspecteur een genummerde alfabetische naamlijst van de kandidaten met vermelding van de vakken waarin door hen schriftelijk examen zal worden afgelegd. Artikel 27. Onze minister stelt jaarlijks vóór 15 september vast wanneer de schriftelijke examens zullen aanvangen, en op welke dagen en tijdstippen de zittingen van deze examens zullen plaatsvinden. Hij kan daarbij het schriftelijke examen in enig vak bepalen op een eerdere datum dan de vastgestelde aanvang van de schriftelijke examens. Onze minister doet van de aldus vastgestelde data en tijdstippen mededeling aan de directeuren. Artikel 28. 1. De opgaven voor de schriftelijke examens worden vastgesteld door de commissie belast met de vaststelling van de opgaven voor de schriftelijke examens, bedoeld in artikel 24 van het Eindexamenbesluit dagscholen v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o. 2. Deze opgaven worden met de vereiste zorg voor geheimhouding op rijkskosten gedrukt en verzonden aan de directeur van de school. Op de enveloppen wordt aangegeven het onderdeel waarop de inhoud betrekking heeft, de datum en het tijdstip waarop de opgaven aan de kandidaten moeten worden voorgelegd, de tijd die voor het werk beschikbaar is alsmede het aantal ingesloten exemplaren. De directeur draagt er zorg voor dat deze enveloppen met de vereiste geheimhouding, in ongeopende staat worden bewaard tot het in artikel 29, derde lid, genoemde moment.