is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 151-190, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

decimalen is, wordt dit cijfer afgerond op de eerste decimaal, met dien verstande dat deze decimaal met 1 verhoogd wordt indien de tweede decimaal zonder afronding 5 of hoger is. 11. Voor de aanvang van het schriftelijk examen wordt de kandidaat van zijn cijfers voor het schoolonderzoek schriftelijk in kennis gesteld. Artikel 17. Indien en voorzover het schoolonderzoek in een vak op schriftelijke wijze plaatsvindt, worden de opgaven, het werk van de kandidaten, de beoordelingsnormen - zo die er zijn - en de voor elk werk toegekende cijfers bewaard tot 1 april van het volgende schooljaar. Artikel 18. 1. Indien een kandidaat zich aan het schoolonderzoek onttrekt of zich aan bedrog of enige andere onregelmatigheid schuldig maakt of heeft gemaakt, kan, onverminderd hetgeen daaromtrent nader in de regeling van het schoolonderzoek wordt bepaald, hem de verdere deelneming aan het schoolonderzoek worden ontzegd of het reeds afgenomen schoolonderzoek ongeldig worden verklaard. 2. Ontzegging van de verdere deelneming aan het schoolonderzoek en ongeldigverklaring van het schoolonderzoek houdt ontzegging van deelneming aan het schriftelijk examen in. 3. Van een besluit tot ontzegging van de verdere deelneming aan het schoolonderzoek of tot ongeldigverklaring van het schoolonderzoek stelt de directeur de inspecteur in kennis. Artikel 19. 1. Het schoolonderzoek geschiedt volgens een schriftelijk vastgestelde regeling. 2. De directeur verstrekt vóór 1 oktober van het leerjaar waarin het schoolonderzoek aanvangt aan de inspecteur en iedere kandidaat een exemplaar van de regeling van het schoolonderzoek. 3. Deze regeling vermeldt met inachtneming van het bepaalde in artikel 16 in ieder geval: a. voor ieder eindexamenvak de stof waarop het schoolonderzoek betrekking zal hebben; b. voor ieder eindexamenvak of het schoolonderzoek zal plaatsvinden op schriftelijke wijze, op mondelinge wijze, door middel van een practicum dan wel door een combinatie daarvan; c. voor ieder eindexamenvak het tijdvak of de tijdvakken waarin of de tijdstippen waarop het schoolonderzoek zal plaatsvinden; d. het bepaalde in artikel 16, zesde tot en met elfde lid; e. de maatregelen waaronder die genoemd in artikel 18, die genomen kunnen worden ten aanzien van een kandidaat die zich aan het schoolonderzoek onttrekt of zich bij het schoolonderzoek aan bedrog of enige andere onregelmatigheid schuldig maakt, en door wie deze maatregelen genomen worden; f. in welke gevallen, bij wie en binnen welke termijn een kandidaat of zijn ouders, voogden of verzorgers, indien aan die kandidaat de verdere deelneming aan het schoolonderzoek is ontzegd of zijn schoolonderzoek ongeldig is verklaard, in beroep kunnen komen. Artikel 20. 1. De examinator vult de door hem vastgestelde cijfers voor het schoolonderzoek in op een lijst van cijfers, waarvan het model door Onze minister wordt vastgesteld, ondertekent deze lijst en levert deze ten minste een week voor de aanvang van de schriftelijke examens in bij de directeur. 2. De directeur draagt er zorg voor dat de cijfers voor het schoolonderzoek worden overgenomen op een verzamellijst van cijfers, waarvan het model door Onze minister wordt vastgesteld. De directeur en de secretaris van het eindexamen vergewissen zich ervan dat de cijfers juist zijn overgenomen en ondertekenen de verzamellijst van cijfers.