is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 151-190, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6. Een kandidaat die te laat komt, mag uiterlijk tot een half uur na het tijdstip van opening van de enveloppe tot het examenlokaal worden toegelaten. Hij levert zijn werk in op het tijdstip dat voor de andere kandidaten geldt. Artikel 26. 1. Het werk wordt gemaakt op papier, gewaarmerkt en verstrekt door of vanwege de directeur, tenzij door de commissie belast met de vaststelling van de opgaven ander papier is verstrekt. 2. De kandidaat plaatst aan de linkerbovenkant van het papier zijn examennummer en aan de rechterbovenkant zijn naam, tenzij een andere plaats is aangegeven. 3. Omtrent de opgaven worden geen mededelingen of inlichtingen van welke aard of door wie ook aan de kandidaten verstrekt. 4. Het gebruik van boeken, logaritmentafels, tabellen en andere hulpmiddelen is de kandidaat verboden met uitzondering van die waarvan het gebruik door de commissie, belast met de vaststelling van de opgaven, is toegestaan. Deze boeken, logaritmentafels, tabellen en andere hulpmiddelen zijn in het examenlokaal aanwezig en worden door de directeur of een door hem aangewezen leraar onderzocht. Het is de kandidaat niet geoorloofd boeken, logaritmentafels en tabellen en evenmin andere hulpmiddelen dan door de commissie, bedoeld in het eerste lid, toegestaan, mede te nemen in het examenlokaal. 5. Kladpapier wordt gewaarmerkt en verstrekt door of vanwege de directeur. 6. Gedurende het examen is het de kandidaat niet geoorloofd zich zonder vergunning van degenen die toezicht houden, uit het examenlokaal te verwijderen. 7. De directeur maakt voor de aanvang van het examen de kandidaten uitdrukkelijk opmerkzaam op de voorschriften vastgelegd in de voorgaande leden van dit artikel en in artikel 31, eerste en tweede lid. 8. De kandidaat levert zijn werk aan een van de toezichthouders in; aan het einde van de zitting controleert een van de toezichthouders of alle kandidaten hun werk hebben ingeleverd. 9. De inspecteur kan toestaan dat een lichamelijk gehandicapte kandidaat het examen geheel of gedeeltelijk aflegt op een wijze die is aangepast aan de mogelijkheden die de lichamelijke gesteldheid van de kandidaat biedt. In dat geval bepaalt de inspecteur, in overleg met de directeur, de wijze waarop het examen zal worden afgelegd. Artikel 27. 1. De directeur stelt zo spoedig mogelijk het door de kandidaten gemaakte werk met een exemplaar van de opgave en het proces-verbaal van het examen aan de examinator ter hand. 2. De examinator ziet het werk zo spoedig mogelijk na, wijst er de onvolkomenheden in aan en geeft het met zijn beoordeling en voorzien van een toelichting die voor een juiste waardering van belang is, aan de directeur terug. De examinator drukt zijn beoordeling uit in een cijfer uit de schaal van cijfers, genoemd in artikel 16, achtste lid. De examinator vermeldt de door hem toegekende cijfers niet op het werk zelf, doch op een afzonderlijk vel papier. 3. De directeur doet de van de examinator ontvangen stukken met een exemplaar van de opgaven, het proces-verbaal en de eventueel verstrekte beoordelingsnormen onverwijld aan de betrokken gecommitteerden toekomen. 4. De gecommitteerde beoordeelt het werk zo spoedig mogelijk. 5. Indien de commissie belast met de vaststelling van de opgaven bindende normen voor de beoordeling van het werk heeft opgesteld, passen de examinator en de gecommitteerde deze bij hun beoordeling toe. 6. Onze minister kan nadere voorschriften geven voor de uitvoering van de voorgaande leden. 7. Onze minister kan bepalen, dat in verband met de aard van de opgaven, ter vermijding van overbelasting van de gecommitteerden dan wel ter versnelling van de examenprocedure wordt afgeweken van de artikelen 25 en 26, van de overige leden van dit artikel en van artikel 28.