is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 191-230, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

n. de brandweer en de hulpverlening bij ongevallen en rampen in vredestijd. J. Het opschrift van paragraaf 3 van Hoofdstuk III wordt gelezen: Overgang van provinciale en gemeentelijke bevoegdheden naar het openbaar lichaam. K. In paragraaf 3 van Hoofdstuk III worden vóór artikel 38 drie nieuwe artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 37a

1. Wij kunnen bij algemene maatregel van bestuur, op een met redenen omkleed verzoek van de raad van Rijnmond, bepalen, dat bevoegdheden van regeling en bestuur van het bestuur van de provincie met betrekking tot de zorg voor de milieuhygiëne overgaan naar het bestuur van het openbaar lichaam. Dit geldt tevens in geval toepassing is gegeven aan de Wet gemeenschappelijke regelingen. De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de eerste volzin wordt Ons gedaan door Onze Minister, wie het aangaat, in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken. 2. Alvorens Ons een voordracht voor een algemene maatregel van bestuur wordt gedaan, zendt Onze Minister van Binnenlandse Zaken, mede namens Onze Minister, wie het aangaat, het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid aan Provinciale Staten, alsmede, voor zover het hun bevoegdheden betreft, Gedeputeerde Staten onderscheidenlijk Onze Commissaris. Deze doen Onze Minister van Binnenlandse Zaken daarover mededeling van hun gevoelen binnen drie maanden nadat hun daarom is gevraagd.

Artikel 37b

1. De raad van Rijnmond kan, voor zover het belang van het gebied van het openbaar lichaam zulks vordert, bepalen, dat met betrekking tot de volgende onderwerpen bevoegdheden van regeling en bestuur van het bestuur van een of meer gemeenten naar het bestuur van het openbaar lichaam overgaan: a. het oprichten en in stand houden van diensten van openbare gezondheidszorg; b. de aanleg, de inrichting en het beheer van voorzieningen voor openlucht-recreatie; c. het oprichten en in stand houden van diensten voor de verwerking van afvalstoffen; d. het oprichten en in stand houden van de brandweer. Het vorenstaande geldt tevens in geval toepassing is gegeven aan de Wet gemeenschappelijke regelingen. 2. Een besluit, genomen op grond van het bepaalde in het eerste lid, omvat tevens een besluit, bedoeld in artikel 56a, eerste en tweede lid. 3. Over het ontwerp van een besluit, te nemen op grond van het bepaalde in de vorige leden, hoort het dagelijks bestuur van Rijnmond de raden, alsmede, voorzover het hun bevoegdheden betreft, de colleges van burgemeester en wethouders onderscheidenlijk de burgemeesters van de betrokken gemeenten. Deze doen het dagelijks bestuur, alsmede Gedeputeerde Staten, mededeling van hun gevoelen binnen drie maanden nadat hun daarom is gevraagd. 4. Een besluit, genomen op grond van het bepaalde in het eerste en tweede lid, behoeft Onze goedkeuring. 5. Alvorens Ons een voordracht omtrent goedkeuring te doen hoort Onze Minister van Binnenlandse Zaken Gedeputeerde Staten over het besluit, genomen op grond van het bepaalde in het eerste en tweede lid. Deze doen Onze Minister daarover mededeling van hun gevoelen binnen een maand nadat hun daarom is gevraagd.