is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 191-230, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Jaargang 1979

196

Wet van 21 maart 1979, houdende nieuwe bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee (Zeeaanvaringswet 1977)

Wij Juliana, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is nieuwe bepalingen vastte stellen ter vervanging van die van de Wet van 11 juli 1882 (Stb. 86), houdende bepalingen ter voorkoming van aanvaringen of aandrijvingen op zee.

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 1

Voor de toepassing van deze wet en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. het Verdrag: het Verdrag inzake Internationale Voorschriften ter voorkoming van aanvaringen op zee, met bijlagen, Londen, 1972; Trb. 1974, 51, b. schip: elk vaartuig met inbegrip van vaartuigen zonder waterverplaatsing en watervliegtuigen, gebruikt of geschikt om te worden gebruikt als een middel van vervoer te water.

Artikel 2

1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter uitvoering van het Verdrag voorschriften worden vastgesteld ter voorkoming van aanvaringen op zee. 2. De krachtens het eerste lid vastgestelde voorschriften zijn van toepassing op: a. alle schepen die in Nederland zijn geregistreerd of die gerechtigd zijn de Nederlandse vlag te voeren: 1° in volle zee; 2° in de Nederlandse territoriale zee waaronder begrepen de wateren zeewaarts van een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen lijn; 3° op alle niet-Nederlandse wateren, die met de volle zee in verbinding staan en bevaarbaar zijn voor zeegaande schepen; b. alle andere schepen in de Nederlandse territoriale zee waaronder begrepen de wateren zeewaarts van een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen lijn. 3. Het bepaalde in het tweede lid, onder a, 3°, is niet van toepassing indien en voor zover door de voor bedoelde wateren daartoe bevoegde autoriteiten afwijkende voorschriften zijn uitgevaardigd. 4. Het bepaalde in het tweede lid, onder a, 2°, en onder b is niet van toepassing indien en voor zover bij of krachtens de wet dan wel bij of krachtens