is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 191-230, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een internationale overeenkomst afwijkende voorschriften van kracht zijn of zullen worden. 5. Het bovenstaande laat onverlet hetgeen is geregeld ten aanzien van de Eemsmonding ingevolge het Eems-Dollard Verdrag.

Artikel 3

Met de opsporing van feiten die een overtreding zijn van de voorschriften bedoeld in artikel 2, eerste lid en artikel 5, tweede lid, worden, behalve de bij artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering aangewezen personen belast:

1°. de officieren van de Koninklijke Marine; 2°. de loodsen bedoeld in artikel 3 van de Loodswet 1957; 3°. de ambtenaren van de Scheepvaartinspectie; 4°. de door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen ambtenaren van de Rijkswaterstaat.

Artikel 4

Bij overtreding van de voorschriften bedoeld in artikel 2, eerste lid, alsmede van de voorschriften bedoeld in artikel 5, tweede lid, wordt de gezagvoerder of die deze vervangt, gestraft met een geldboete van ten hoogste f 10 000.

Het strafbare feit is een overtreding.

Artikel 5

1. De Wet van 11 juli 1882 (Stb. 86), houdende bepalingen ter voorkoming van aanvaringen of aandrijvingen op zee, wordt ingetrokken. 2. Voor de toepassing van deze wet worden de voorschriften, vastgesteld ingevolge artikel 1 van de Wet van 11 juli 1882 (Stb. 86), houdende bepalingen ter voorkoming van aanvaringen of aandrijvingen op zee, geacht te zijn vastgesteld krachtens deze wet.

Artikel 6

1. Deze wet kan worden aangehaald als «Zeeaanvaringswet 1977».

2. Zij treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize Soestdijk, 21 maart 1979

Juliana

De Minister van Verkeer en Waterstaat, D. S. Tuijnman

De Minister van Defensie,

Scholten

De Minister van Justitie,

J. de Ruiter

Uitgegeven de vierentwintigste april 1979

De Minister van Justitie, J. de Ruiter

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal: Kamerstukken II 1977, 14 628, 1977/78, 14 628 Hand. II 1978/79, blz, 716 Kamerstukken I 1978/79, 14 628, (19, 19a, 19b, 19c, 19d) Hand. I 1978/79, blz. 555-557.