is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 231-270, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 29

Indien een vervoerovereenkomst is gesloten en bovendien een cognossement is afgegeven, wordt, behoudens artikel 8.5.2.47 tweede lid, tweede volzin, de rechtsverhouding tussen vervoerder en afzender door de bedingen van de vervoerovereen komst en niet door die van dit cognossement beheerst. Behoudens het in artikel 8.5.2.47 eerste lid gestelde vereiste van houderschap van het cognossement, strekt dit hun dan slechts tot bewijs van de ontvangst der zaken door de vervoerder.

Artikel 30

1. De afzender wordt beschouwd als ten behoeve van de vervoerder in te staan voor de juistheid, op het ogenblik van de inontvangstneming, van de door hem krachtens artikel 8.5.2.28 opgegeven merken, aantal, hoeveelheid en gewicht en de afzender zal de vervoerder schadeloos stellen voor alle verliezen, schaden en kosten voortgevloeid of ontstaan uit onjuistheden in de opgave van deze bijzonderheden. 2. Het recht van de vervoerder op dergelijke schadeloosstelling beperkt op geen enkele wijze zijn aansprakelijkheid en zijn verbintenissen, zoals deze uit de vervoerovereenkomst voortvloeien tegenover ieder ander dan de afzender.

Artikel 31

1. Het cognossement wordt gedateerd en door de vervoerder ondertekend en vermeldt de voorwaarden waarop het vervoer plaatsvindt, alsmede de plaats waar en de persoon aan wie de zaken moeten worden afgeleverd. Deze wordt, ter keuze van de afzender, aangegeven hetzij bij name of andere aanduiding, hetzij als order van de afzender of van een ander, hetzij als toonder. 2. De enkele woorden «aan order» worden geacht de order van de afzender aan te geven.

Artikel 32

Het cognossement wordt afgegeven in twee verhandelbare exemplaren.

De verhandelbare exemplaren, waarin is vermeld hoeveel van deze exemplaren in het geheel zijn afgegeven, gelden allen voor één en één voor allen. Niet verhandelbare exemplaren moeten als zodanig worden aangeduid.

Artikel 33

1. Tegenbewijs tegen het cognossement wordt niet toegelaten, wanneer het is overgedragen aan een derde te goeder trouw. 2. Indien in het cognossement de clausule: «inhoud, hoedanigheid, aantal, gewicht of maat onbekend», of enige andere clausule van dergelijke strekking is opgenomen, binden zodanige in het cognossement voorkomende vermeldingen omtrent de zaken de vervoerder niet, tenzij bewezen wordt, dat hij de inhoud of de hoedanigheid der zaken heeft gekend of had behoren te kennen of dat de zaken hem toegeteld, toegewogen of toegemeten zijn. 3. Een cognossement, dat de uiterlijk zichtbare staat of gesteldheid van de zaak niet vermeldt, levert, behoudens tegenbewijs dat ook jegens een derde mogelijk is, een vermoeden op dat de vervoerder die zaak voor zover uiterlijk zichtbaar in goede staat of gesteldheid heeft ontvangen. 4. De in het cognossement opgenomen opgave, bedoeld in artikel 8.5.2.15 eerste lid, schept behoudens tegenbewijs een vermoeden, doch bindt niet de vervoerder die haar kan betwisten.