is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 231-270, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 56

Onder voorbehoud van de laatste zinsnede van het vijfde lid van artikel 8.5.2.44 is in geval van tijdbevrachting vracht niet verschuldigd over de tijd, dat de bevrachter het schip niet overeenkomstig de bedingen van de bevrachting te zijner beschikking heeft

a. ten gevolge van beschadiging daarvan, dan wel • b. doordat de vervrachter in de nakoming van zijn verplichtingen te kort schiet, mits het schip meer dan 24 aaneengesloten uren niet ter beschikking van de bevrachter staat.

Artikel 57

1. Bij tijdbevrachting komen de brandstof voor de machines, het ketelwater, de havenrechten en soortgelijke rechten en uitgaven, die verschuldigd worden ten gevolge van uitgevoerde reizen en het vervoeren van zaken, ten laste van de bevrachter. De overige lasten der exploitatie van het schip komen ten laste van de vervrachter. 2. De vervrachter is gerechtigd en verplicht de zich bij het einde van de bevrachting nog aan boord bevindende brandstof van de bevrachter over te nemen tegen de marktprijs ten tijde en ter plaatse van de oplevering van het schip.

Artikel 58

Onverminderd het omtrent avarij-grosse bepaalde zijn de afzender, en indien een cognossement is afgegeven, de in artikel 8.5.2.47 bedoelde houder daarvan, hoofdelijk verbonden de vervoerder de schade te vergoeden, geleden doordat deze zich als zaakwaarnemer inliet met de behartiging van de belangen van een rechthebbende op ten vervoer ontvangen zaken, dan wel doordat de kapitein zijn in artikel 8.4.2.16 of artikel 8.9.2.10 genoemde verplichtingen is nagekomen.

Artikel 59

1. De vervoerder heeft jegens ieder die afgifte van zaken verlangt, een retentierecht hierop. Dit recht komt hem echter niet toe jegens een derde, indien hij op het tijdstip dat hij de zaak ten vervoer ontving, wist of behoorde te weten, dat de afzender jegens die derde niet de bevoegdheid had de zaak ten vervoer ter beschikking te stellen. 2. De vervoerder kan het recht van retentie uitoefenen voor hetgeen hem door de ontvanger verschuldigd is of zal worden ter zake van het vervoer van die zaken alsmede voor hetgeen als bijdrage in avarij-grosse op die zaken verschuldigd is of zal worden. 3. Dit retentierecht vervalt zodra aan de vervoerder is betaald het bedrag, waarover geen verschil tussen partijen bestaat, en voldoende zekerheid is gesteld voorde betaling van die bedragen, waaromtrent wel geschil bestaat of welker hoogte nog niet kan worden vastgesteld.

Artikel 60

1. Voor zover hij die jegens de vervoerder recht heeft op aflevering van vervoerde zaken niet opkomt, weigert deze te ontvangen of deze niet met de vereiste spoed in ontvangst neemt, voor zover op zaken beslag is gelegd, alsmede indien de vervoerder gegronde redenen heeft aan te nemen, dat een houder van een cognossement die als ontvanger opkomt, desalniettemin niet tot de aflevering gerechtigd is, is de vervoerder gerechtigd deze zaken voor rekening en gevaar van de rechthebbende bij een derde op te slaan in een daarvoor geschikte bewaarplaats of lichter. Met toestemming van de