is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 231-270, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a. wanneer slechts ter zake van zaakschade aansprakelijkheid bestaat, 1000 franken per netto-inhoud van het schip; b. wanneer slechts ter zake van personenschade aansprakelijkheid bestaat, 3100 franken perton netto-inhoud van het schip; c. wanneer zowel ter zake van personenschade als van zaakschade aansprakelijkheid bestaat, 3100franken perton netto-inhoud van het schip; hiervan zijn 2100 franken perton uitsluitend bestemd voor de vergoeding van personenschade; de overblijvende 1000 franken per ton zijn bestemd voor de vergoeding van zaakschade en personenschade, met dien verstande, dat personenschade hieruit slechts wordt vergoed voor zover deze uit het uitsluitend daarvoor bestemde bedrag niet kan worden voldaan. 2. Voor de toepassing van het voorgaande lid wordt onder personenschade verstaan alle schade ontstaan uit de dood of uit letsel van personen, en onder zaakschade alle schade die niet is personenschade. 3. Voor de berekening van de netto-inhoud van een schip in de zin van het eerste lid wordt ten aanzien van schepen, welke door mechanische kracht worden voortbewogen, de netto-inhoud vermeerderd met hetgeen ter bepaling van die inhoud, van de bruto-inhoud is afgetrokken voor de ruimte, ingenomen door de beweegkracht en wordt een ton gelijkgesteld aan 2,83 m 3 Een schip van minder dan 300 ton netto-inhoud wordt beschouwd als een netto-inhoud, in de zin van het eerste lid, van 300 ton te hebben. 4. De in het eerste lid genoemde frank is de frank, gesteld op 65,5 mg goud van een gehalte van 900/1000ste fijn. Deze frank wordt omgerekend in Nederlands geld naar de koers van de dag, waarop de schuldenaar voldoet aan een ingevolge de artikelen 320 c of 320 q van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering gegeven bevel tot storting of zekerheidstelling, dan wel voldoet aan een ingevolge artikel 3201 van dat Wetboek tot hem gerichte oproep.

III. BINNENVAARTRECHT

Titel 8

Het binnenschip en de zaken aan boord daarvan

Afdeling 1

Rederij van het binnenschip

Artikel 1

1. Indien een binnenschip blijkens het in artikel 8.8.2.4 genoemde register aan twee of meer personen gezamenlijk toebehoort, bestaat tussen hen een rederij. Wanneer de eigenaren van het schip onder een gemeenschappelijke naam optreden bestaat slechts een rederij, indien zulks uitdrukkelijk bij akte is overeengekomen en dit tevens uit het handelsregister blijkt. 2. De rederij is geen rechtspersoon.

Artikel 2

De bepalingen van afdeling 8.3.1 zijn op de rederij van een binnenschip van overeenkomstige toepassing.

Afdeling 2

Rechten op binnenschepen

Artikel 1

1. In afwijking van de artikelen 8.1.1 en 8.1.3 worden in de afdelingen 8.8.2-8.8.5 onder schepen mede verstaan schepen in aanbouw. 2. Onder binnenschepen worden in de afdelingen 8.8.2-8.8.5 mede verstaan glijboten, veerponten, alsmede baggermolens, kranen, elevatoren en