is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 231-270, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tweede Kamer. Zoals in deze brief wordt opgemerkt, mogen de voornemens niet als een definitief beleidsplan worden beschouwd. De vaststelling ervan vindt plaats nadat de betrokkenen hun visie hebben gegeven op de ontvouwde ideeën en het overleg met de Kamer heeft plaatsgevonden.

De ten laste van de rijksoverheid komende meerkosten van het ten aanzien van de regionale omroep te voeren beleid zullen tot en met 1985 worden gefinancierd uit de middelen van de algemene reserve van de omroep. De bedoelde meeruitgaven zouden bij uitvoering van de in de beleidsbrief vermelde voornemens in 1980 f 3 mln. bedragen, welk bedrag toeneemt tot f 3,7 mln. in 1981, f 6,7 mln. in 1982, f 9,7 mln. in 1983, f 13,1 mln. in 1984 en f 14,2 mln. in 1985. Rekening houdende met de in de jaren 1980 tot en met 1983 ten laste van de algemene reserve komende bedragen, zou de omvang van de algemene reserve, die op blz. 11 van deze nota van toelichting ultimo 1983 op circa f 151 mln. wordt geraamd, afnemen tot een bedrag van circa f 128 mln. eind 1983.

De Regering is van oordeel dat nagegaan dientte worden, hoe de meerkosten na 1985 uit de omroepmiddelen kunnen worden gefinancierd, zonder dat de omvang van deze middelen hiervoor behoeft te worden vergroot.

Zoals bekend is besloten na 1978 de jaarlijks dotatie van f 5 mln. aan de reserve regionale omroep te beëindigen. In die reserve is tot en met 1978 in totaal een bedrag van f 40,5 mln. gestort. Naar raming zullen de volgende bedragen ten laste van die reserve komen:

Zes lokale experimenten Etherexperimenten Begeleidende onderzoeken Investeringen driedeling RONO f 5,4 mln. f 17,5 mln. f 1,6 mln. f 4,5 mln. Totaal 29,0 mln.

Ultimo 1979 zal de reserve derhalve een bedrag van circa f 11,5 mln. belopen. In de beleidsbrief is aangegeven op welke wijze de reserve zou kunnen worden aangewend.

Reserve educatieve/instructieve uitzendingen

Zoals bekend komen de kosten van het omroepdeel van de Open School ten laste van de reserve educatieve/instructieve uitzendingen, zolang het niet mogelijk is deze kosten ten laste van de algemene middelen te brengen. In 1977 is ingestemd met de begroting 1977 van het omroepdeel ad circa f 1,9 mln. De afrekening 1977 bedraagt circa f 0,6 mln. Het verschil tussen begroting en afrekening is voor een deel toe te schrijven aan het feit dat in 1977 een minder groot beslag op de personeelskosten is gelegd dan werd geraamd. De begroting voor 1978 bedraagt circa f 2,7 mln., die voor 1979 circa f 2 mln.

In de reserve was ultimo 1977 een bedrag aanwezig van circa f 21,4 mln. In de ramingen is rekening gehouden met een (voorlopige) voortzetting van de jaarlijks stortingen in de reserve van f 3 mln.

De investeringen ten behoeve van de nieuwbouw

Met betrekking tot de investeringen ten behoeve van de nieuwbouw zijn geen bijzonderheden te melden. Er is in juni 1978 een begin gemaakt met de bouw van fase 4AB, die voorziet in de bouw van een schakel- en presentatiecentrum, een filmcentrum en een tweede energiecentrum. Op 18 januari 1979 heeft de ondergetekende het nieuwe gebouw van de STER geopend. Met de jaarlijkse storting in het investeringsfonds van f 40 mln. wordt voortgegaan.

Andere uitgaven

In deze nota van toelichting is de door de Raad van Beheer van de N.V. NOZEMA vervaardigde geactualiseerde en met het jaar 1983 uitgebreide