is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 231-270, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De ontwikkeling van de secondeprijzen is vanaf 1977 als volgt:

Prijs per seconde 1977 1978 1979 Radio' Hilversum l/ll ■ 07.00-07.30 f 24 08.00-08.30 f 27 10.30-11.00 f 27 f 25 f 27 f 29 12.30-13.00 f 33 15.30-16.00 f 12 18.00-18.30 f 21 Hilversum III f 50 f 61 f 66 Televisie Blok 1/2 (rond 1e journaal Ned. I) Blok 3/4 f 250 f 255 - (rond 2e journaal Ned. I) Blok 5/6 f 336 f 385 f 402 (rond 1e journaal Ned. II) Blok 7/8 f 250 f 255 — (rond 2e journaal Ned. II) Blok 9/10 f 336 f 385 f 402 (voor 3e journaal Ned. I en II) — f 128 f 180

' In verband met de zenderkleuring per 1 april 1979 en de daarmee gepaard gaande wijzigingen van de indeling van de nieuwsuitzendingen op Hilversum I en 11, is de plaatsing van de STER-blokken veranderd.

De in het totaalbeeld van uitgaven en inkomsten in de periode 1977-1983 opgenomen opbrengstenprognose voor de jaren na 1979 moest uiteraard een aanpassing ondergaan als gevolg van de beslissing ten aanzien van de tariefstijging in 1979. In een door het bestuur van de STER vervaardigde meerjarenraming voor de periode 1979-1983 is daarmee rekening gehouden. De prognose gaat voorts uit van een jaarlijkse tariefstijging van 8 pet. gemiddeld voortelevisie en radiozendtijd. Uitgegaan is wederom van een gelijkblijvende hoeveelheid zendtijd en van een geleidelijke aanpassing van het niveau van de STER-tarieven aan het niveau van de persadvertenties, terwijl voorts verondersteld is dat er geen significante dalingen van kijkdichtheid en/of luisterdichtheid van de reclameuitzendingen plaatsvinden.

De Regering is van oordeel dat een accres van de STER-tarieven van 8 pet. in 1980 niet in overeenstemming zou zijn met het te voeren prijsbeleid. Ingestemd kan worden met een tariefstijging van 6 pet. gemiddeld voor televisie en radiozendtijd. In de ramingen van de reclameopbrengsten in de jaren na 1980, is voorshands uitgegaan van een jaarlijkse tariefstijging van eveneens 6 pet. Jaarlijks zal worden bezien welk percentage toelaatbaar kan worden geacht.

De opbrengst van de omroepbijdragen

Uit het overzicht van de uitgaven en inkomsten in de periode 1977-1983 blijkt, dat de opbrengst van de omroepbijdragen in 1977 ca. f 24 mln. hoger is dan werd geraamd. Een deel daarvan, ca. f 10 mln., kan worden aangemerkt als compensatie van de opbrengstderving in 1976, als gevolg van de late inwerkingtreding van de in 1976 door het parlement aanvaarde wijziging van de Wet op de omroepbijdragen, waardoor de decembernota’s ruim een maand later dan gebruikelijk aan de omroepbijdragebetalers zijn verzonden. In het jaaroverzicht 1977 van de Dienst Omroepbijdragen wordt als