is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 231-270, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

één van de factoren die bijdroegen tot de meeropbrengst het feit genoemd dat de opsporingsdienst intensiever kon controleren dankzij een verbetering van de personeelsbezetting. Een andere oorzaak is, dat het aantal geregistreerde omroepbijdragebetalers in 1977 groter is dan geraamd werd.

In de nota van toelichting omroepbijdragetarieven 1979 is het aantal geregistreerde A-houders ultimo 1978 geraamd op 3 980 000. Het aantal B-houders werd gesteld op 210 000. De werkelijke aantallen bedroegen 4 032 822 respectievelijk 214 011.

Voor de jaren na 1978 zijn in de opbrengstramingen de volgende aantallen aangehouden:

Aantallen geregistreerden (per 31 december)

A-houders B-houders 1979 4 150 000 1979 202 000 1980 4 250 000 1980 190 000 1981 4 350 000 1981 178 000 1982 4 450 000 1982 164 000 1983 4 550 000 1983 152 000

Het vrijstellingenbeleid

Het verloop van de aan de diverse categorieën verleende vrijstellingen is vanaf ultimo 1977 als volgt:

Vrijstellingen

Ultimo 1977 Ultimo 1978 Ultimo februari 1979 Omroepbijdrage A — ambtelijk 20 - - — invaliden 8 784 9 307 9 404 — om financiële reden — doorlopend 79 027 78 175 77 976 — niet-doorlopend 60 Totaal 87 891 87 482 87 380 Omroepbijdrage B — ambtelijk - — — invaliden 1 031 1 022 1 021 — om financiële redenen — doorlopend 29 752 27 580 27 278 — niet-doorlopend 27 — — Totaal 30 810 28 602 28 299

In de meerjarenramingen is rekening gehouden met de volgende ontwikkeling van het aantal vrijstellingen (per 31 december):

A B 1979 86 900 1979 26 800 1980 86 300 1980 24 800 1981 85 800 1981 23 300 1982 85 300 1982 21 800 1983 84 700 1983 20 300