is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 271-310, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. De w.o.-student legt bij zijn verzoekschrift over: a. een verklaring, als bedoeld in artikel 24, vierde lid, van de Wet op het wetenschappelijk onderwijs; b. de raadgeving, als bedoeld in artikel 24bis, derde lid, van de onder a genoemde wet, tenzij hij deze raadgeving niet heeft ontvangen. 3. Het verzoekschrift wordt uiterlijk 30 juni ingediend. Wordt het verzoekschrift na deze datum ingediend, dan neemt de commissie het uitsluitend in behandeling, indien de vertraging naar haar oordeel niet aan eigen schuld of toedoen van de w.o.-student is te wijten. 4. Zo spoedig mogelijk na de indiening van het in het eerste lid bedoelde verzoekschrift, doch uiterlijk vóór 1 augustus daaraanvolgend, beslist de commissie op het verzoek. Het advies is met redenen omkleed. 5. De commissie kan alvorens het advies te verstrekken, de w.o.-student aan een mondeling of schriftelijk onderzoek dan wel aan beide onderwerpen. 6. De commissie zendt haar advies en een afschrift daarvan ten behoeve van het bevoegd gezag van de desbetreffende school voor hoger beroepsonderwijs onverwijld bij aangetekende brief aan de w.o.-student. Zij zendt tevens een afschrift van het advies door tussenkomst van het college van bestuur aan de faculteit of afdeling. 7. Onze minister stelt het model van het advies vast.

Paragraaf 6. Citeertitel

Artikel 14

Deze wet kan worden aangehaald als «Wet wederzijdse doorstroming hoger onderwijs».

HOOFDSTUK II

Wijziging in andere wetten

Artikel 15

De Wet op het wetenschappelijk onderwijs 1 wordt als volgt gewijzigd:

Na artikel 27bis wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 27ter. 1. De bezitter van de verklaring inzake toelating, bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de Wet wederzijdse doorstroming hoger onderwijs, heeft toegang tot het afleggen van het propedeutisch examen in de in die verklaring vermelde studierichting, onverminderd het bepaalde in artikel 78bis. 2. Ten aanzien van hen, die in het bezit zijn van de verklaring, bedoeld in het eerste lid, alsmede van het advies, bedoeld in artikel 11 van de in het eerste lid genoemde wet, onderscheidenlijk in het bezit van het advies, bedoeld in artikel 12 van die wet, bepaalt de desbetreffende faculteit, interfaculteit, subfaculteit, afdeling, tussenafdeling of onderafdeling, na kennisneming van de overgelegde adviezen, in hoeverre gedeeltelijke vrijstelling van het afleggen van het propedeutisch examen kan worden verleend.

Artikel 16

De Wet op het voortgezet onderwijs 2 wordt als volgt gewijzigd:

A

1. Voor het bepaalde in artikel 27 wordt het cijfer 1 geplaatst.