is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 271-310, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c. de tijd voor 1 januari! 966: 1°. doorgebracht als vrijwilliger bij de landstorm, voor zover die tijd, met terzijdestelling van leeftijdsgrenzen, bij de regeling van een diensttijdpensioen krachtens de Pensioenwet voor de vrijwilligers bij de landstorm 1925 in aanmerking zou zijn gekomen, alsmede de tijd doorgebracht in werkelijke dienst als vrijwilliger bij de landstorm door een vrouwelijk militair; 2°. doorgebracht als beroepsmilitair behorende tot het Koninklijk Nederlands Indonesisch leger of tot het korps inlandse schepelingen, tenzij deze tijd krachtens de op hem als zodanig van toepassing geweest zijnde pensioenregeling van medetelling als voor pensioen geldige diensttijd is uitgesloten; 3°. doorgebracht als reservist behorende tot het Koninklijk Nederlands Indonesisch leger in werkelijke dienst, tenzij deze tijd krachtens de op hem als zodanig van toepassing geweest zijnde pensioenregeling van medetelling als voor pensioen geldige diensttijd is uitgesloten; 4°. doorgebracht als dienstplichtige krachtens het Dienstplichtbesluit voor Nederlands-lndië (Stb. 1923, 223) in werkelijke dienst, tenzij deze tijd krachtens de op hem als zodanig van toepassing geweest zijnde pensioenregeling van medetelling als voor pensioen geldige diensttijd is uitgesloten; 5°. over welke belanghebbende uit hoofde van een ontslag als beroepsmilitair of als «reservist onbepaald verband» aanspraak had op wachtgeld, indien hij is herplaatst als beroepsmilitair, als «reservist onbepaald verband», als «reservist kort verband», als ambtenaar in de zin van de Pensioenwet 1922 (Stb. 240) of de Algemene burgelijke pensioenwet, als spoorwegambtenaar in de zin van de Pensioenwet voor de spoorwegambtenaren 1925 (Stb. 294) dan wel als deelgenoot in de zin van de Spoorwegpensioenwet. 2. Voor de toepassing van het vorige lid onder a wordt a. de tijd, over welke belanghebbende uit hoofde van een beëindiging van de werkelijke dienst als reservist aanspraak had op wachtgeld, en b. de tijd, bedoeld in de Wet pensioengeldigheid bezettingstijd capitulanten, geacht in werkelijke dienst te zijn doorgebracht. 3. In afwijking van het eerste lid onder a, 1°, eindigt voor de militair, die na 31 december 1965, anders dan op verzoek of van rechtswege, op non-activiteit is gesteld, de uit de non-activiteit voortvloeiende voor pensioen geldige diensttijd op het tijdstip, liggende halverwege of op een vierde van de termijn, waarover voor hem bij zijn op non-activiteitstelling uitzicht op non-activiteitsbezoldiging bestond, al naar het tijdstip van ingang van de non-activiteit de som van de leeftijd en de verstreken voor pensioen geldige diensttijd van belanghebbende 60 jaren of meer, dan wel minder dan 60 jaren bedraagt. 4. In afwijking van het eerste lid onder b eindigt de daar bedoelde voor pensioen geldige diensttijd op het tijdstip, liggende halverwege of op een vierde van de termijn, waarover belanghebbende na 31 december 1965 aanspraak heeft op wachtgeld, al naar op het tijdstip van ingang van zijn ontslag als militair de som van de leeftijd en de verstreken voor pensioen geldige diensttijd van belanghebbende 60 jaren of meer, dan wel minder dan 60 jaren bedraagt. 5. Bij de vaststelling van de voor pensioen geldige diensttijd, bedoeld aan het slot van het derde lid en van het vierde lid, zijn artikel D 3, de daarmede overeenkomende bepaling in andere wetten en artikel D 4 niet van toepassing, terwijl niet medetelt de voor pensioen geldige diensttijd, bedoeld in artikel F 1, tweede lid onder a, c en e. 6. In afwijking van het eerste lid onder a, 1°, en b, het derde en het vierde lid komt niet in aanmerking als voor pensioen geldige diensttijd: a. de uit non-activiteit, anders dan op verzoek of van rechtswege, na 31 december 1965 voortvloeiende voor pensioen geldige diensttijd, voor zolang de op non-activiteit gestelde militair in die tijd een betrekking bekleedt, waarin uitzicht bestaat op pensioen krachtens de Algemene burgelijke pen-