is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 271-310, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel E 3

1. De reservist, mits hij niet uitsluitend ingevolge artikel 41 van de Dienstplichtwet tot het reservepersoneel der krijgsmacht heeft behoord, aan wie als zodanig ontslag is verleend, heeft recht op pensioen: a. indien hij op het tijdstip van ingang van dat ontslag de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt of overschreden, dan wel na dat tijdstip die leeftijd heeft bereikt, op dat tijdstip ten minste 28 voor pensioen geldige dienstjaren, waarvan niet minder dan 16 jaren bij het reservepersoneel der krijgsmacht, kan doen gelden en gedurende zijn diensttijd bij het reservepersoneel der krijgsmacht gemiddeld ten minste 10 etmalen in het jaar in werkelijke dienst is geweest; b. indien hij op het tijdstip van ingang van dat ontslag de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt of overschreden, dan wel na dat tijdstip die leeftijd heeft bereikt, voor dat tijdstip 1°. is gepensioneerd krachtens deze wet of een vroegere militaire pensioenwet of 2°. uitzicht had op pensioen krachtens deze wet ter zake van ten minste 10 voor pensioen geldige dienstjaren of 3°. is gepensioneerd als beroepsmilitair behorende tot het Koninklijk Nederlands Indonesisch leger, op dat tijdstip een voor pensioen geldige diensttijd, als bedoeld in artikel D 1, eerste lid onder a, 2° en 3°, van ten minste 5 jaren kan doen gelden en gedurende die diensttijd gemiddeld ten minste 10 etmalen in het jaar in werkelijke dienst is geweest; c. indien 1°. op het tijdstip van ingang van dat ontslag bij hem ten gevolge van als reservist opgelopen ziekten of gebreken een invaliditeit met dienstverband aanwezig is, tenzij voor hem uit hoofde van die invaliditeit met dienstverband recht op pensioen krachtens deze wet of een vroegere militaire pensioenwet bestaat ter zake van een eerder ontslag, of 2°. hij voor het bereiken van de leeftijd van 65 jaar ter zake van een later ontslag als militair recht op een ander pensioen verkrijgt, mits hij aan de overige onder a en b gestelde eisen voldoet. 2. De reservist, aan wie als zodanig ontslag is verleend en voor wie geen recht op pensioen krachtens het vorige lid bestaat, heeft, indien bij hem ten gevolge van als reservist opgelopen ziekten of gebreken op het tijdstip van ingang van dat ontslag een invaliditeit met dienstverband aanwezig is, recht op invaliditeitspensioen ten bedrage van f 628 per jaar, tenzij voor hem uit hoofde van die invaliditeit met dienstverband recht op pensioen krachtens deze wet of een vroegere militaire pensioenwet bestaat ter zake van een eerder ontslag. 3. Bij de vaststelling van de dienstjaren, bedoeld in het eerste lid onder a en b, zijn de artikelen D 3 en D 4 niet van toepassing, terwijl niet medetelt de voor pensioen geldige diensttijd: a. waarover reeds pensioen dan wel onderstand bij wijze van pensioen is toegekend anders dan krachtens deze wet of een vroegere militaire pensioenwet; b. doorgebracht in werkelijke dienst bij het Koninklijk Nederlands Indonesisch leger, voor zover deze diensttijd samenloopt met diensttijd doorgebracht als reservist niet in werkelijke dienst.

Artikel E 4

De dienstplichtige, aan wie als zodanig ontslag is verleend, heeft, indien bij hem ten gevolge van als dienstplichtige opgelopen ziekten of gebreken op het tijdstip van ingang van dat ontslag een invaliditeit met dienstverband aanwezig is, recht op invaliditeitspensioen ten bedrage van f 628 per jaar, tenzij voor hem uit hoofde van die invaliditeit met dienstverband recht op pensioen krachtens deze wet of een vroegere militaire pensioenwet bestaat ter zake van een eerder ontslag.