is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 271-310, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. Het grensbedrag is het bedrag van een pensioen, berekend naar de hoogste pensioengrondslag, waarnaar de pensioenen, bedoeld in het vorige lid, zijn berekend en naar een voor pensioen geldige diensttijd van 40 jaren. 3. Indien naast recht op pensioen krachtens deze wet recht bestaat op pensioen krachtens een vroegere militaire pensioenwet en a. het totaal van de bedragen van twee of meer pensioenen krachtens een vroegere militaire pensioenwet, daaronder begrepen een pensioen krach- | tens deze wet toegekend met toepassing van artikel Y 10, Y 11, Y 12 of Y 13, of b. het totaal van de bedragen van een of meer pensioenen krachtens een vroegere militaire pensioenwet, daaronder begrepen een pensioen krachtens deze wet toegekend met toepassing van artikel Y 10,Y 11,Y 12of Y 13, en van het pensioen, dat aan een op 1 januari 1966 in dienst zijnde militair krachtens deze wet zou zijn toegekend, indien hij met ingang van die datum zou zijn ontslagen, het grensbedrag, bedoeld in het vorige lid, overschrijdt, treedt dat totaalbedrag in de plaats van dat grensbedrag. 4. Voor de toepassing van het eerste lid blijven buiten aanmerking: a. de invaliditeitsverhoging, bedoeld in artikel E 7, op het pensioen van de beroepsmilitair of op het pensioen, bedoeld in artikel E 3, eerste lid onder c, 1°, waarop de reservist recht heeft; , b. indien het totaal van het bedrag aan pensioen en aanvulling, bedoeld in artikel E 6, eerste lid, het bedrag, dat het pensioen zou bedragen indien het zou zijn berekend naar een voor pensioen geldige diensttijd van 40 jaren overschrijdt, het bedrag van die overschrijding; c. de bijzondere invaliditeitsverhogingen, bedoeld in de artikelen E 8 en E 9 of in daarmede overeenkomende bepalingen in andere wetten; d. de tropenverhoging, bedoeld in artikel E 10 of in een daarmede overeenkomende bepaling in andere wetten. 5. Voor de toepassing van dit artikel blijven buiten aanmerking: a. het invaliditeitspensioen, toegekend krachtens deze wet aan de reservist en de dienstplichtige, vermeerderd met de invaliditeitsverhoging, bedoeld in artikel E 7; b. het invaliditeitspensioen toegekend krachtens een vroegere militaire pensioenwet.

Artikel J 1a

1. Indien bij samenloop van een eigen pensioen of eigen pensioenen, toe gekend krachtens deze wet of een vroegere militaire pensioenwet, met een eigen pensioen of eigen pensioenen, toegekend krachtens een andere regeling, bedoeld in het derde lid, het totaal van de bedragen van de pensioenen het grensbedrag, bedoeld in het tweede lid, overschrijdt, wordt elk eigen a pensioen, toegekend krachtens deze wet of een vroegere militaire pensioen wet, beperkt tot een zodanig gedeelte (beperkingsbreuk) van het grensbedrag, als evenredig is aan de verhouding, waarin het bedrag van het onbeperkte pensioen staat tot het totaal van de bedragen van de onbeperkte pen sioenen. 2. Het grensbedrag is f 64 683, dan wel het bedrag van een van de in het vorige lid bedoelde pensioenen, berekend naar de maximaal in aanmerking komende voor pensioen geldige diensttijd, ingeval het bedrag hoger is dan f64 683. 3. Onder een pensioen, toegekend krachtens een andere regeling, wordt verstaan een pensioen, een daarmede in aard overeenkomende uitkering er een onderstand bij wijze van pensioen ten laste van de Nederlandse schatkist - met uitzondering van een pensioen toegekend krachtens de Wet bui- 1 tengewoon pensioen 1940-1945 (Stb. 1947, H 313) of de Wet buitengewooi pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Stb. 1947, H 420) en ee uitkering krachtens de Algemene oorlogsongevallenregeling of de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Stb. 1972, 669) -ten laste van