is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 311-325, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1. INLEIDING

1.0. Algemeen

Model A

Ingevolge artikel 3 van de Provinciale comptabiliteitsvoorschriften 1979hierna te noemen: de voorschriften - wordt de begroting ingericht overeenkomstig het daarbij behorende model A- hierna te noemen: het model. Artikel 19 van de voorschriften bepaalt, dat dit model -zij het enigszins aangepast voor wat de indeling van de geldkolommen betreft - eveneens voor de rekening wordt gehanteerd. Zoals uit het model blijkt, bevatten de begroting en de rekening drie diensten, te weten: een gewone dienst, een kapitaaldienst en een verdeeldienst.

Op de gewone dienst en de kapitaaldienst worden de provinciale uitgaven en inkomsten gerangschikt zowel naar onderwerpen van provinciale zorg als naar een aantal verplicht voorgeschreven categorieën.

Hoofdstukken

De verschillende onderwerpen van provinciale zorg zijn ingedeeld in de navolgende tien hoofdfuncties, die de hoofdstukken van het model vormen:

1. Algemeen bestuur 2. Openbare orde en veiligheid 3. Verkeer en vervoer 4. Waterhuishouding 5. Milieubeheer 6. Recreatie 7. Economische en agrarische zaken 8. Welzijn 9. Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting 10. Financiering en algemene dekkingsmiddelen.

De functionele indeling is zo gekozen, dat zij zoveel mogelijk aansluit op een door provincies gehanteerde groepering naar hoofddoelstellingen ten behoeve van beleidsplanning en beleidsanalyse. Daarnaast is zoveel mogelijk rekening gehouden met afspraken in nationaal en internationaal verband voor de vergelijking van de overheidsuitgaven en -inkomsten.

Functies

De opzet van de hoofdstukken van het model en de rangschikking van de provinciale uitgaven en inkomsten naar genoemde onderwerpen van provinciale zorg - ofwel de indeling naar functies - houdt onder meer in dat de uitvoering van wetten en provinciale verordeningen, inclusief de daarmede verband houdende behandeling van beroepszaken en administratieve geschillen, onder de desbetreffende hoofdstukken gebracht worden. Evenzo de werkzaamheden voor derden en de vergoedingen daarvoor. Voor zover de uitgaven en inkomsten niet zinvol kunnen worden ingedeeld dan wel uit praktische overwegingen niet zijn ingedeeld bij die onderwerpen van provinciale zorg, zijn zij op hoofdstuk 1 ondergebracht.

Om tot een eenduidige indeling van de begroting c.q. rekening te komen, zijn bij de opstelling van het model in een aantal gevallen arbitraire beslissingen genomen. Het gaat hierbij vooral om de vraag tot welk hoofdstuk bepaalde taken behoren. Het komt namelijk voor dat aan een provinciale taak meer aspecten zijn te onderkennen. Een voorbeeld van een dergelijke taak is de toepassing van politiedwang op de naleving van provinciale verordeningen in het kader van de natuurbescherming. Deze taak heeft duidelijk politionele aspecten, doch de daarmede verband houdende uitgaven en inkomsten worden niet onder hoofdstuk 2 gebracht maar onder hoofdstuk 5 van de gewone dienst en de kapitaaldienst, omdat de aspecten van milieubeheer overheersend worden geacht. Bij deze beslissingen hebben ook nationale en internationale afspraken een rol gespeeld. In andere gevallen hebben praktische overwegingen echter geleid tot afwijkende beslissingen, zoals bijvoorbeeld het onderbrengen van de uitgifte van rijbewijzen onder hoofdstuk 1 in plaats van onder hoofdstuk 3 van de gewone dienst, waartoe de uitvoering van de Wegenverkeerswet behoort.