is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 366-400, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. De gewone zittingsperiode van de leden van de in het eerste lid bedoelde raad en de door die raad benoemde wethouders eindigt op de eerste dinsdag van september 1982.

HOOFDSTUK VI

Rechtspositie van de ambtenaren en het overig personeel

Artikel 20

Op de datum van inwerkingtreding dezer wet gaat het personeel, verbonden aan de in het in het eerste lid van artikel 2 omschreven gebied gevestigde openbare scholen, over in dienst van de gemeente Lelystad op dezelfde voet als waarop en ook overigens in dezelfde rechtstoestand als waarin het op de dag, voorafgaande aan die datum, werkzaam was.

Artikel 21

1. De Landdrost van het openbaar lichaam «Zuidelijke IJsselmeerpolders» bepaalt tijdig, de betrokkenen gehoord en in overeenstemming met het dagelijks adviescollege dan wel, voor zover het gewoonlijk door de raad te benoemen functionarissen betreft, de adviesraad voor het gebied «Lelystad», welke overige in dienst van het openbaar lichaam werkzame ambtenaren -daaronder begrepen de op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzame personen - naar de gemeente Lelystad zullen overgaan. Van de dag van inwerkingtreding dezer wet af worden deze ambtenaren geacht in dezelfde rang, met dezelfde bezoldiging en ook overigens op dezelfde voet in dienst te zijn van de gemeente Lelystad. 2. In de gevallen waarin tussen de Landdrost en het dagelijks adviescollege onderscheidenlijk de adviesraad geen overeenstemming wordt bereikt, beslist Onze Minister van Binnenlandse Zaken.

Artikel 22

De ambtenaren die door de toepassing van artikel 21 in dienst van de gemeente Lelystad overgaan, aanvaarden hun werkzaamheden op de dag van inwerkingtreding dezer wet. De eden of beloften, in verband met hun ambt afgelegd, worden geacht mede op die dienstvervulling betrekking te hebben.

Artikel 23

Indien het bevoegde gezag besluit tot wijziging of vervanging van de voorschriften betreffende de rechtstoestand van het gemeentepersoneel, worden voor de bezoldiging of de wedde van de in artikel 21 bedoelde ambtenaren ten minste de diensttijd en de bezoldigings- of wedderegeling in aanmerking genomen welke bij of ten aanzien van het openbaar lichaam «Zuidelijke IJsselmeerpolders» op de dag, voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding dezer wet, voor de berekening van hun bezoldiging of wedde zou hebben gegolden.

Artikel 24

Uit de in artikel 21 bedoelde ambtenaren benoemt de Landdrost van het openbaar lichaam «Zuidelijke IJsselmeerpolders» met ingang van de datum van inwerkingtreding dezer wet een tijdelijke secretaris en een tijdelijke functionaris, belast met de taak van een ontvanger, van de gemeente Lelystad. Deze benoemingen worden geacht door de raad van de gemeente Lelystad te zijn gedaan en gelden tot de dag waarop de raad overeenkomstig de gemeentewet een definitieve voorziening heeft getroffen.