is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 401-450, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

409

Besluit van 5 juli 1979 tot vernietiging van het besluit van burgemeester en wethouders van Simpelveld van 7 november 1977, no. 96 AZ betreffende het verlenen van bouwvergunning

Wij Juliana, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van Onze Ministers van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 23 maart 1979, no. 0322926, Centrale Afdeling Juridische Zaken en van Binnenlandse Zaken a.i. van 11 april 1979, no. B79/991, Directie Binnenlands Bestuur, Afdeling Wetgeving en Bestuurszaken, betreffende het besluit van burgemeester en wethouders van Simpelveld van 7 november 1977, no. 96 AZ, waarbij aan P. J. H. Schnackers te Simpelveld vergunning is verleend voor het oprichten van sleufsilo's en het gedeeltelijk veranderen van een veldschuurtot veestal op het perceel kadastraal bekend gemeente Simpelveld, sectie D, no. 2886;

Overwegende, dat ingevolge het bepaalde in artikel 50, tweede lid, van de Woningwet burgemeester en wethouders de beslissing omtrent een aanvraag om bouwvergunning aanhouden, indien er geen grond is om de vergunning te weigeren en voor het gebied, waarin het bouwwerk zal worden uitgevoerd, voordat de aanvraag is ingekomen, onder meer een bestemmingsplan is vastgesteld;

dat voorts ingevolge het bepaalde in artikel 50, achtste lid, van genoemde wet, in afwijking van het bepaalde in het tweede lid, burgemeester en wethouders de vergunning kunnen verlenen, indien het bouwplan niet strijdt met het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan en vooraf van Gedeputeerde Staten de verklaring is ontvangen, dat zij, de inspecteur van de ruimtelijke ordening gehoord, tegen het verlenen der vergunning geen bezwaar hebben;

dat het onderhavige perceel bij het ter plaatse geldende uitbreidingsplan - welk plan ingevolge het bepaalde in artikel 10, eerste lid, van de Overgangswet ruimtelijke ordening en volkshuisvesting wordt geacht een bestemmingsplan te zijn in de zin van de Wet op de Ruimtelijke Ordening -is aangewezen voor «agrarische doeleinden 1» waarop onder nader aangegeven voorwaarden vrijstaande boerderijen alsmede vrijstaande bedrijfsgebouwen ten dienste van een agrarisch bedrijf mogen worden opgericht;

dat de raad van Simpelveld op 18 augustus 1977 voor het gebied waar onder meer het bovenvermelde perceel is gelegen, het bestemmingsplan «Buitengebied» heeft vastgesteld, omtrent goedkeuring waarvan nog niet onherroepelijk is beslist;

dat meergenoemd perceel bij dit bestemmingsplan is aangewezen voor «agrarische bedrijfsdoeleinden», waarop onder bepaalde voorwaarden uitsluitend gebouwen ten behoeve van de agrarische bedrijven mogen worden opgericht alsmede die andere bouwwerken, welke qua aard en afmetingen bij deze bestemming passen;

dat aangezien er geen grond is om de vergunning te weigeren, burgemeester en wethouders voornoemd, gelet op het hiervoor genoemde artikel 50, tweede lid, van de Woningwet de beslissing omtrent de op 29 augustus 1977 door Schnackers ingediende aanvraag hadden moeten aanhouden;

dat genoemd college de vergunning nochtans heeft verleend, zulks zonder de daarvoor vereiste verklaring van geen bezwaar van Gedeputeerde Staten, als bovenbedoeld;