is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 401-450, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

twee maanden, na de datum van ontvangst van de aanvraag niet meer nietontvankelijk verklaren wegens het niet of onvolledig verstrekken van de krachtens wettelijk voorschrift door hem te verstrekken gegevens. 2. Niet-ontvankelijkverklaring kan achterwege blijven indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de verstrekte gegevens het ondanks hun onvolledigheid mogelijk maken te beoordelen of de aangevraagde beschikking al dan niet kan worden gegeven.

Artikel 10

1. Wanneer met toepassing van artikel 9, tweede lid, niet-ontvankelijkverklaring achterwege blijft, doet het bevoegd gezag daarvan binnen een maand na de datum van ontvangst van de aanvraag mededeling aan de aanvrager en de betrokken overheidsorganen. Het kan daarbij een termijn stellen, waarbinnen de ontbrekende gegevens alsnog moeten worden verstrekt. 2. Indien de aanvrager de ontbrekende gegevens niet binnen de daarvoor gestelde termijn verstrekt, kan hij, in afwijking van artikel 9, eerste lid, alsnog op de in dat lid bedoelde grond niet-ontvankelijk worden verklaard. 3. Het bevoegd gezag stelt op het geschrift waarbij de aanvraag is ingediend, een aantekening waaruit blijkt dat niet-ontvankelijkverklaring met toepassing van artikel 9, tweede lid, achterwege blijft. Wanneer het een termijn heeft gesteld, waarbinnen de ontbrekende gegevens alsnog moeten worden verstrekt, vermeldt het dat in de aantekening.

Artikel 11

1. Een beschikking waarbij een aanvrager niet-ontvankelijk wordt verklaard, is gemotiveerd. Een exemplaar van de beschikking wordt gezonden aan de aanvrager en de betrokken overheidsorganen.

2. Indien de aanvrager niet-ontvankelijk is verklaard, blijft de aanvraag verder buiten behandeling, tenzij de beschikking tot niet-ontvankelijkverklaring in beroep is vernietigd.

§ 3. Bekendmaking van de aanvraag; inzage van de stukken Artikel 12

1. Het bevoegd gezag maakt de aanvraag zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk zes weken na de datum van ontvangst, dan wel, nadat een beschikking tot niet-ontvankelijkverklaring van de aanvrager in beroep is vernietigd, uiterlijk twee weken na de datum van ontvangst van het besluit, houdende de vernietiging, bekend. Indien toepassing is gegeven aan artikel 43, tweede lid, wordt de in de eerste volzin bedoelde termijn van zes weken met een maand verlengd. 2. In ieder geval wordt de aanvraag gelijktijdig bekendgemaakt door middel van: a. kennisgeving in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huis-bladen op zodanige wijze dat het daarmee beoogde doel zo goed mogelijk wordt bereikt; b. terinzagelegging overeenkomstig artikel 14; c. kennisgeving in de Nederlandse Staatscourant in gevallen waarin Wij, één of meer Onzer Ministers of gedeputeerde staten het bevoegd gezag zijn. 3. Heeft de aanvraag betrekking op een inrichting of werk, dan wordt zij tevens gelijktijdig bekendgemaakt door middel van: a. aanplakking van een kennisgeving aan het gemeentehuis van de gemeente waarin de inrichting of het werk geheel of in hoofdzaak gelegen is of zal zijn, alsmede op of nabij het terrein van de inrichting of het werk op zodanige wijze dat de inhoud van de kennisgeving voor het publiek duidelijk leesbaar is;