is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 401-450, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. Hoofdstuk 5, paragraaf 1, van de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne is op een zodanig beroep van toepassing. 3. Tevens kan beroep worden ingesteld tegen een beschikking die is genomen krachtens of met overeenkomstige toepassing van artikel 5a, eerste lid. 4. Hoofdstuk 5, paragraaf 2, van de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne is op een zodanig beroep van toepassing. 5. Voorts kan beroep worden ingesteld tegen een beschikking die is genomen krachtens artikel 7,10 of 21, derde lid. 6. Hoofdstuk 5, paragraaf 3, van de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne is van toepassing op een beroep als bedoeld in het vijfde lid.».

ARTIKEL IV

De Kernenergiewet (Stb. 1963, 82) 3 wordt gewijzigd als volgt.

A

Artikel 17 wordt gelezen:

«Artikel 17

1. Hoofdstuk 3 van de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne is van toepassing met betrekking tot de totstandkoming van de beschikking op de aanvraag om een vergunning krachtens artikel 15. 2. In afwijking van het eerste lid blijft hoofdstuk 3 van de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne buiten toepassing met betrekking tot de totstandkoming van de beschikking op de aanvraag om een vergunning krachtens: a. artikel 15, onder a, voor het vervoeren, het voorhanden hebben bij opslag in verband met het vervoer, dan wel het binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen of doen brengen van splijtstoffen of ertsen; b. artikel 15, onder a, voor het voorhanden hebben van splijtstoffen in een inrichting of uitrusting, ten aanzien waarvan een vergunning krachtens artikel 15, onder b of c, is vereist, dan wel voor het zich ontdoen van splijtstoffen die rechtstreeks afkomstig zijn uit een zodanige inrichting of uitrusting; c. artikel 15, onder a, voor het voorhanden hebben of zich ontdoen van splijtstoffen in gevallen als bedoeld in het derde lid; d. artikel 15, onder b of c, indien aan de aanvrager reeds eerder een vergunning met betrekking tot dezelfde inrichting, onderscheidenlijk uitrusting was verleend en naar het oordeel van Onze Ministers van Economische Zaken, van Volksgezondheid en Milieuhygiëne en van Sociale Zaken, alsmede van Onze Ministers wie het mede aangaat, niet te verwachten is dat door gebruikmaking van de gevraagde vergunning groter gevaar, schade of hinder kan worden veroorzaakt dan bij de eerder verleende vergunning in aanmerking is genomen; e. artikel 15, onder c, in gevallen waarin de uitrusting slechts buiten Nederland in werking zal worden gebracht of gehouden. 3. Gevallen als bedoeld in het tweede lid, onder c, zijn die gevallen: a. waarin het voorhanden hebben van splijtstoffen of het zich daarvan ontdoen geschiedt: 1°. in een voertuig of aan boord van een vaartuig of van een luchtvaartuig; 2°. op steeds wisselende plaatsen, indien die gevallen behoren tot een bij algemene maatregel van bestuur aangegeven categorie waarin het belang van de toepassing van hoofdstuk 3 van de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne niet opweegt tegen de daaraan verbonden bezwaren; 3°. voor medische toepassingen, indien naar het oordeel van Onze Ministers van Economische Zaken, van Volksgezondheid en Milieuhygiëne en van Sociale Zaken het belang van de patiënt onverwijlde toepassing van die stoffen vereist;