is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 401-450, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

E

De artikelen 38-40 worden gelezen:

«Artikel 38

1. Tegen een beschikking, houdende de beslissing op een aanvraag om een vergunning of een ontheffing, daaronder niet begrepen een beschikking tot niet-ontvankelijkverklaring van de aanvrager, kan beroep worden ingesteld. 2. Hoofdstuk 5, paragraaf 1, van de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne is op een zodanig beroep van toepassing. 3. In afwijking van het tweede lid is hoofdstuk 5, paragraaf 3, van de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne van toepassing op een beroep, ingesteld tegen een beschikking, gegeven in een geval als bedoeld in artikel 12, derde lid, of 35, vijfde lid.

Artikel 39

1. Tevens kan beroep worden ingesteld tegen een beschikking, gegeven krachtens of met overeenkomstige toepassing van artikel 13. 2. Hoofdstuk 5, paragraaf 2, van de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne is op een zodanig beroep van toepassing. 3. In afwijking van het tweede lid is hoofstuk 5, paragraaf 3, van de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne van toepassing op een beroep, ingesteld tegen een beschikking, gegeven in een geval als bedoeld in artikel 15, tweede lid, of 35, vijfde lid.».

Artikel 40

1. Voorts kan beroep worden ingesteld tegen een beschikking a. tot niet-ontvankelijkverklaring van de aanvrager van een vergunning of een ontheffing; b. gegeven krachtens of met overeenkomstige toepassing van artikel 14; c. houdende een beslissing op een verzoek om schadevergoeding. 2. Hoofdstuk 5, paragraaf 3, van de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne is op een zodanig beroep van toepassing.».

ARTIKEL IX

De Afvalstoffenwet (Stb. 1977,455) wordt gewijzigd als volgt.

A

Het cijfer «1» voor de tekst van het eerste lid van artikel 34 vervalt; het tweede en het derde lid van dat artikel vervallen.

B

Artikel 35, tweede lid, wordt gelezen:

«2. In geval zij toepassing hebben gegeven aan het eerste lid, verklaren gedeputeerde staten de aanvrager niet-ontvankelijk, indien de aanvraag, ingediend met het oog op de bedoelde verandering, geen betrekking heeft op een vergunning van de aan het slot van dat lid bedoelde strekking.».