is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 401-450, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c

Artikel 36 vervalt.

D

Artikel 37 wordt gelezen:

«Artikel 37

Hoofdstuk 3 van de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne is van toepassing met betrekking tot de totstandkoming van de beschikking op de aanvraag om een vergunning.».

E

Artikel 38 wordt gewijzigd als volgt.

In het eerste lid wordt in plaats van «en voorts, indien verlening van een vergunning wordt overwogen, omtrent het ontwerp daarvan» gelezen: «en omtrent het ontwerp van de beschikking daarop».

Na het tweede lid wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende:

«3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen overheidsorganen worden aangewezen, die - anders dan als adviseurs - overeenkomstig de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne eveneens bij de totstandkoming van de beschikking op de aanvraag worden betrokken.».

F

Aan artikel 40, tweede lid, wordt een volzin toegevoegd, luidende: «Van de aanhouding wordt aan de aanvrager schriftelijk mededeling gedaan.».

G

De artikelen 43, 44 en 45 vervallen.

H

Artikel 46, tweede lid, wordt gelezen:

«2. Hoofdstuk 4 van de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne is van toepassing met betrekking tot de totstandkoming van een beschikking als bedoeld in het eerste lid.».

I

In artikel 47 wordt, onder vernummering van het derde lid tot vierde lid, een nieuw derde lid ingevoegd, luidende:

«3. Hoofdstuk 4 van de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne is van toepassing met betrekking tot de totstandkoming van een beschikking als bedoeld in het eerste lid, onder b.».

Het vierde lid (nieuw) wordt gelezen:

«4. Gedeputeerde staten gaan tot een intrekking krachtens het eerste lid, onder c, niet over zonder aan de vergunninghouder de gelegenheid te hebben geboden binnen een daartoe te bepalen termijn van tenminste twee weken schriftelijk of mondeling bezwaren tegen de intrekking aan hen kenbaar te maken.».

J

In artikel 48 wordt in plaats van «artikel 37, eerste lid,» gelezen: «artikel 38, derde lid,».