is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 401-450, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ARTIKEL IV

Het tweede boek van het Burgerlijk Wetboek 2 wordt gewijzigd als volgt:

A

In de artikelen 157, eerste lid, eerste volzin, en 267, eerste lid, eerste volzin, wordt in plaats van «krachtens wettelijke verplichting een ondernemingsraad heeft ingesteld» gelezen:

een ondernemingsraad heeft ingesteld waarop de bepalingen van de Wet op de ondernemingsraden van toepassing zijn.

Aan deze leden wordt een volzin toegevoegd, luidende: De in dit lid bedoelde regeling in de statuten verliest haar gelding zodra de ondernemingsraad ophoudt te bestaan of op de ondernemingsraad niet langer de bepalingen van de Wet op de ondernemingsraden van toepassing zijn.

B

De artikelen 158, dertiende lid, laatste volzin, en 268, dertiende lid, laatste volzin, worden gelezen:

De ondernemingsraad neemt geen besluit als bedoeld in dit artikel, dan nadat over de betrokken aangelegenheid ten minste éénmaal overleg is gepleegd tussen de vennootschap en de ondernemingsraad.

C

Artikel 161, tweede lid, laatste volzin, wordt gelezen: Het elfde en het dertiende lid van artikel 158 zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 271, tweede lid, laatste volzin, wordt gelezen:

Het elfde en het dertiende lid van artikel 268 zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 349, tweede lid, wordt gelezen:

Een vereniging van werknemers is voorts niet ontvankelijk, indien zij niet tevoren de ondernemingsraad die aan een door de rechtspersoon in stand gehouden onderneming is verbonden, in de gelegenheid heeft gesteld schriftelijk van zijn gevoelen te doen blijken. De procureur-generaal deelt bij zijn vordering mede of hij de ondernemingsraad in de gelegenheid heeft gesteld van zijn gevoelen te doen blijken.

ARTIKEL V

In artikel 1, onder 4°, van de Wet op de economische delicten 3 wordt na «de Wet op de loonvorming, de artikelen 9,10,13 en 16,» ingevoegd: de Wet op de ondernemingsraden, de artikelen 25, zesde lid, 26, zesde lid en 36, zevende lid.

ARTIKEL VI

In de bijlage, bedoeld in artikel 6 van de Wet administratieve rechtspraak overheidsbeschikkingen (Stb. 1975, 284) 4 wordt onder het hoofd Departement van Sociale Zaken het eerste punt als volgt gelezen:

1. Wet op de ondernemingsraden, artikelen 13, eerste en derde lid, 17, eerste lid, 19, eerste lid, 22, tweede lid, 23, eerste lid, en 23a, zesde lid.