is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 501-550, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten 1,75 percent, in totaal tot een maximum van 70 percent, van de laatstelijk als lid van gedeputeerde staten genoten wedde, aangepast naar de in artikel 157 bedoelde regelen. Onder wedde wordt hier verstaan de wedde waarop de belanghebbende op de dag voorafgaande aan de dag, waarop hij heeft opgehouden lid van gedeputeerde staten te zijn, aanspraak had of bij waarneming van zijn ambt zou hebben gehad. 2. Indien recht bestaat op meer dan een pensioen, bedoeld in het vorige lid, dan wel naast recht op een of meer pensioenen, bedoeld in het vorige lid, recht bestaat op een of meer pensioenen krachtens de tweede en derde afdeling van de wet, komen voor de toepassing van de pensioenberekening naar 3,5 percent per dienstjaar in totaal ten hoogste vier dienstjaren in aanmerking en wordt die berekening voor zover mogelijk toegepast ten aanzien van het pensioen, waarbij die berekening het hoogste bedrag oplevert en overigens •ten aanzien van het andere pensioen of de andere pensioenen in de volgorde van de hoogte der wedden of berekeningsgrondslag. Voor vergelijking van deze wedden of berekeningsgrondslag worden deze zo nodig aangepast naar de regelen vastgesteld bij de algemene maatregel van bestuur bedoeld in artikel 157. 3. De tijd met recht op uitkering doorgebracht, telt als diensttijd mede in die zin, dat het pensioen over deze tijd naar 0,875 percent per jaar wordt berekend, met dien verstande, dat wanneer het een uitkering als bedoeld in artikel 132a betreft, het pensioen over deze tijd naar 1,75 percent per jaar wordt berekend, voor zover en voor zolang het percentage van de algemene invaliditeit 55 percent of meer bedraagt. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt een uitkering als bedoeld in artikel 132 aangemerkt als een uitkering als bedoeld in artikel 132a, indien en zolang de belanghebbende tijdens de duur van eerstbedoelde uitkering voor 55 percent of meer algemeen invalide is. 4. Geen medetelling van diensttijd als bedoeld in het vorige lid, vindt plaats: a. voorzover gedurende die tijd het gewezen lid van gedeputeerde staten uit anderen hoofde een overheidspensioen opbouwt; b. voor zover gedurende die tijd het bedrag der uitkering wegens inkomsten, bedoeld in artikel 134, tot nihil is verminderd; c. in zover de belanghebbende die recht heeft op uitkering, doch die minder uitkering geniet dan de krachtens artikel 160 berekende pensioenpremie er geen zorg voor draagt dat deze premie, welke in dit geval als een op hem rustende schuld wordt beschouwd, bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd is voldaan; d. wanneer de belanghebbende zulks verzoekt.

Hoofdstuk 23. Het nabestaandenpensioen Paragraaf 1. Het recht op pensioen

Weduwenpensioen

Artikel 140. 1. Ten laste van de provincie, waarin hij als zodanig optrad, kan bij verordening recht op

weduwenpensioen worden verleend aan de weduwe van een lid, gewezen of gepensioneerd lid van gedeputeerde staten. 2. Geen recht op weduwenpensioen bestaat indien het huwelijk was gesloten nadat het aftreden van de echtgenoot was ingegaan, tenzij de echtgenoten reeds voor het aftreden met elkaar gehuwd waren geweest en mits het huwelijk was gesloten voordat de echtgenoot de 65-jarige leeftijd had bereikt. 3. Voor de toepassing van het vorige lid wordt het aftreden geacht niet te hebben plaatsgevonden, indien zonder wezenlijke onderbreking een politiek ambt als bedoeld in deze wet is aanvaard. 4. Provinciale staten beslissen of een onderbreking als wezenlijk moet worden beschouwd. Van een zodanige onderbreking is geen sprake indien deze ten hoogste twee maanden heeft geduurd.

Weduwnaarspensioen

Artikel 141. 1. Ten laste van de provincie, waarin zij als zodanig optrad, kan bij verordening recht op weduwnaarspensioen worden verleend aan de invalide weduwnaar van een lid, gewezen lid of gepensioneerd lid van gedeputeerde staten, indien zijn echtgenote ten tijde van haar overlijden kostwinster voor hem was. 2. Invalide in de zin van het vorige lid is hij die voor 50 percent of meer algemeen invalide is. Algemeen invalide is hij, die ten gevolge van ziekten of gebreken geheel of gedeeltelijk buiten staat is om met arbeid, die voor zijn krachten en bekwaamheid is berekend en die met het oog op zijn opleiding en vroeger beroep hem in billijkheid kan worden opgedragen ter plaatse waar hij arbeid verricht of het laatst verricht heeft of op een naburige soortgelijke plaats te verdienen, hetgeen lichamelijk en geestelijk gezonde personen, van dezelfde soort en van soortgelijke opleiding, op zodanige plaats met arbeid gewoonlijk verdienen. 3. De echtgenote wordt geacht kostwinster te zijn geweest indien de middelen om in de noodzakelijke kosten van het bestaan van haar echtgenoot te voorzien, grotendeels te haren laste kwamen.

Bijzonder weduwenpensioen

Artikel 142. Ten laste van de provincie kan bij verordening recht op bijzonder weduwenpensioen worden verleend aan de vrouw met wie een overleden lid, gewezen lid of gepensioneerd lid van gedeputeerde staten gehuwd is geweest, mits: a. de vrouw recht op weduwenpensioen zou hebben gehad, indien de man op de dag van het vonnis, waarbij de echtscheiding of de ontbinding van het huwelijk is uitgesproken, zou zijn overleden; b. de onder a bedoelde dag ligt na het tijdstip van de inwerkingtreding van de Wet herziening echtscheidingsrecht en de echtscheiding of de ontbinding van het huwelijk niet is uitgesproken met de toepassing van het voor genoemd tijdstip geldende recht, en c. de vrouw niet als gevolg van hertrouwen met haar vroegere echtgenoot ter zake van dat overlijden recht op weduwenpensioen verkrijgt.