is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 501-550, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen

Voor zover mogelijk overeenkomstig de bepalingen van het besluit van 14 augustus 1976 (Stb. 434) krachtens artikel 57, derde lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, wordt in deze algemene maatregel van bestuur uitvoering gegeven aan het bepaalde in het derde lid van artikel P9 van de Algemene burgerlijke pensioenwet en het derde lid van artikel P8 van de Spoorwegpensioenwet. In beide laatstgenoemde artikelen is geregeld het verstrekken van revalidatievoorzieningen en voorzieningen die strekken tot verbetering van levensomstandigheden. In het derde lid van beide meergenoemde artikelen is bepaald, dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regelen worden gesteld ter beperking van het bepaalde in de voorgaande leden.

De voorgestelde regelingen betreffen drie onderwerpen, te weten:

a. afbakening van de kring van gerechtigden (artikelen 2 tot en met 4); b. afbakening van het voorzieningenpakket ten opzichte van andere beleidsterreinen (artikelen 5 en 6); c. afbakening van het voorzieningenpakket zelf (artikelen 7 en 8).

Een aantal zaken vraagt nog nadere studie. In enkele artikelen wordt daarom de mogelijkheid geopend om, indien de praktijk daartoe aanleiding geeft, aanvullende (artikel 6, tweede lid) of zo nodig nadere en afwijkende (artikelen 5, derde lid, 6, derde lid en 8, tweede lid) regelen te stellen in overeenstemming met de Minister van Sociale Zaken en nadat overleg is gepleegd met de bewindsman, die het mede aangaat.

Artikelen

Artikel 2

Dit artikel betreft de gewezen ambtenaren/deelgenoten die een beperkt uitzicht hebben op invaliditeitspensioen, de zogenaamde nawerking van de pensioenwet. De tekst van de artikelen P9 van de Abp-wet en P8 van de Spoorwegpensioenwet leidt tot een onbeperkte nawerking op het gebied van voorzieningen, leder die ooit ambtenaar/deelgenoot is geweest en sindsdien niet verzekerd is ingevolge de W.A.O. zou voor zowel revalidatievoorzieningen als leefvoorzieningen een beroep kunnen doen op de pensioenwet. De voorgestelde bepalingen beperken de nawerking tot voorzieningen die verband houden met ziekten of gebreken ontstaan tijdens het ambtenaarschap/deelgenootschap, dan wel binnen een maand na het tijdstip van ingang van ontslag en stellen voorts de voorwaarde dat betrokkene verzekerd is ingevolge de bepalingen van de A.A.W.

Artikel 3

De voorheen bestaande leeftijdsgrens van 65 jaar met betrekking tot voorzieningen is in de overheidspensioenwetten vervallen, omdat deze grens niet voorkomt in de A.A.W. In het in het algemene gedeelte vermelde besluit krachtens artikel 57, derde lid, van de A.A.W. wordt een dergelijke grens echter geïntroduceerd. De desbetreffende bepalingen zijn overgenomen in dit artikel van het ontwerp in dier voege, dat voor gewezen ambtenaren/deelgenoten overeenkomstige aanspraken in deze zullen gelden als voor niet-ambtenaren.

In het eerste lid is als algemene regel neergelegd, dat geen voorzieningen worden verstrekt krachtens publiekrechtelijke ziektekostenregeling) en de wordt aan de directie de bevoegdheid gegeven van deze hoofdregel af te wijken in die zin, dat reeds verstrekte voorzieningen kunnen worden voortgezet, doch voor wat betreft werkvoorziening slechts indien en voor zolang sprake is van voortzetting van de arbeid waarvoor de voorziening is toegekend. Het derde lid geeft de directie de bevoegdheid een in natura verstrekte voorziening, niet zijnde een leefvoorziening, te doen behouden.