is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 551-600, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. Indien verpakkingen of gebruiksartikelen kennelijk bestemd zijn om aan particulieren te worden afgeleverd, mag het aanbrengen, bedoeld in het eerste lid, geschieden op een bord dat duidelijk zichtbaar is voor de koper en dat zich bevindt in de onmiddellijke nabijheid van de verpakking onderscheidenlijk het gebruiksartikel; de aanduiding, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, mag alleen op deze wijze worden aangegeven, indien om technische redenen de aanduiding op de verpakking, het gebruiksartikel of het etiket niet kan worden aangebracht. 3. Indien verpakkingen of gebruiksartikelen kennelijk bestemd zijn om aan anderen dan particulieren te worden afgeleverd, mag het aanbrengen, bedoeld in het eerste lid, geschieden op de begeleidende bescheiden. Artikel 5. 1. Onze Ministers van Volksgezondheid en Milieuhygiëne, van Landbouw en Visserij en van Economische Zaken tezamen kunnen omtrent de bij artikel 2, eerste lid, onder b en c, en tweede lid, gestelde eisen nadere regelen stellen. 2. Voor de beoordeling of de waren in dit besluit bedoeld voldoen aan de bij of krachtens dit besluit gestelde eisen moet worden gebruik gemaakt van de ter zake door Onze Ministers van Volksgezondheid en Milieuhygiëne, van Landbouw en Visserij en van Economische Zaken tezamen vastgestelde onderzoekingsmethoden. 3. Omtrent de regelen, bedoeld in het eerste en tweede lid, en omtrent de aanwijzing, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, wordt de Adviescommissie Warenwet gehoord. Artikel 6. Dit besluit is niet van toepassing op a. verpakkingen uitsluitend bestaande uit eetwaar; b. op de korst van kaas aangebrachte bedekkingsmiddelen die niet van de korst kunnen worden gescheiden; c. op vleeswaren of fruit aangebrachte bedekkingsmiddelen die niet hiervan kunnen worden gescheiden; d. natuurprodukten die als zodanig worden gebruikt als verpakking of bestemd zijn voor dat gebruik; e. antiquiteiten. Artikel 7. Het Koninklijk besluit van 26 maart 1921 (Stb. 638)’ wordt gewijzigd als volgt. Het onder 2° bepaalde wordt gelezen: «2°. artikelen, gebruikt of bestemd voor het verpakken, het anderszins geheel of gedeeltelijk omhullen dan wel het op enige wijze aanbieden van eetof drinkwaren, alsmede artikelen, gebruikt of bestemd voor het verpakken van de waren, bedoeld onder 1° en 15°;». Het onder 5° bepaalde wordt gelezen: «5°. artikelen, bestemd om te worden gebruikt voor het voeden van zuigelingen en kleuters;». Artikel 8. Artikel 3ter van het Algemeen Besluit (Warenwet) 2 vervalt. Artikel 9. 1. Dit besluit kan worden aangehaald als Verpakkingen-en gebruiksartikelenbesluit (Warenwet). 2. Het treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip.