is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 551-600, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1.4. Bevestiging

1.4.1. reagens

Bereid, onmiddellijk voor het gebruik, een oplossing van de volgende samenstelling:

waterstofperoxyde 30% 10 ml water 90 ml

1.4.2. uitvoering

Onderzoek, indien van een plaat met 30 of meer kolonies kan worden uitgegaan, ten minste Vk van deze kolonies die geheel willekeurig worden gekozen. Blijft in alle volgens 1.3.2 verkregen platen K < 30, ga dan uit van de plaat met de meest geconcentreerde verdunning en onderzoek zo mogelijk tenminste 5 kolonies.

Breng van elk voor dit doel geselecteerde kolonie een gedeelte op een afzonderlijk voorwerpglas en bedek dit met enkele druppels van de onder 1.4.1 genoemde oplossing. De reactie is positief wanneer gasontwikkeling optreedt.

Van zeer kleine kolonies kan men zonodig tevoren enig bacteriemateriaal aankweken door afstrijken op een plaat of schuingestolde buis met het onder 1.3.1 beschreven medium en bebroeden bij 30°C.

1.5. Berekening en opgave

Indien een bevestiging volgens 1.4 is verricht, volgt het aantal gezochte kolonies per elke onder 1.3.2 genoemde plaat (K') uit de formule:

q K' = — K, waarin P

K = het totaal aantal getelde kolonies p = het aantal volgens 1.4.2 onderzochte kolonies q = het aantal daarvan, dat positief is bevonden.

Indien genoemde bevestiging niet is verricht, is uiteraard K' = K. Neem het gemiddelde van de beide duplo-waarden en rond dit getal als volgt af:

a. indien het kleiner is dan 100 en geen geheel getal is: op het dichtstbijzijnde veelvoud van 2; b. indien het groter is dan 100 en niet op 5 eindigt: op het dichtstbijzijnde veelvoud van 10; c. indien het groter is dan 100 en op een 5 eindigt: op het dichtstbijzijnde veelvoud van 20.

Vindt men van meer dan één verdunning uitgaande een resultaat tussen 30 en 300, dan dient men voor de berekening van de meest geconcentreerde van die verdunningen uit te gaan.

Vermenigvuldig het aldus verkregen getal zonodig met de gebruikte verdunningsfactor.

Geef kiemgetallen beneden 100 als zodanig op. Geef kiemgetallen van 100 of meer als volgt op: N = a.10 b , waarin: a = een getal met één decimaal, dat kan variëren van 1,0 tot 9,9; b = een geheel getal, niet kleiner dan 2.

Was het aantal in de plaat, waarop de berekening werd gebaseerd, kleiner dan 5, geef dan op: N < 50.