is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 551-600, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

D

Hoofdstuk VI wordt gelezen als volgt:

Bedrijfsgeneeskundige begeleiding en voorzieningen in verband met ziekte.

Par. 1. Bedrijfsgeneeskundige begeleiding

Artikel 58

1. De ambtenaar geniet bedrijfsgeneeskundige begeleiding overeenkomstig het bepaalde in deze paragraaf.

2. De bedrijfsgeneeskundige begeleiding van de ambtenaar geschiedt door of vanwege de bedrijfsgeneeskundige dienst in samenwerking met Onze Minister volgens ter zake door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken te stellen regelen.

Artikel 59

1. Onverminderd de mogelijkheid de arts van de bedrijfsgeneeskundige dienst rechtstreeks te consulteren ter zake van met zijn arbeidssituatie samenhangende gezondheidsproblemen kan de ambtenaar Onze Minister verzoeken hem in verband hiermede aan een onderzoek vanwege de bedrijfsgeneeskundige dienst te onderwerpen. 2. De ambtenaar, die in verband met de uitoefening van zijn werkzaamheden aan bijzonder gevaar voor zijn gezondheid blootstaat dan wel voor een goede vervulling van zijn functie aan bijzondere gezondheidseisen moet voldoen, wordt in overleg met of op aanwijzing van de bedrijfsgeneeskundige dienst onderworpen aan een periodiek bedrijfsgeneeskundig onderzoek. Onze Minister kan in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken nadere voorschriften ter zake vaststellen. 3. Onze Minister verzoekt de bedrijfsgeneeskundige dienst de ambtenaar aan een onderzoek te onderwerpen: a. indien naar zijn oordeel gegronde redenen bestaan voor twijfel aan een goede gezondheidstoestand van de ambtenaar; b. indien de ambtenaar niet langer volledig geschikt is gebleken voor de vervulling van zijn dienst, ten einde na te gaan of hiervoor medische oorzaken aanwezig zijn en, zo ja, of de ambtenaar geschikt kan worden geacht voor de vervulling van een andere functie. 4. Blijkt bij een onderzoek als bedoeld in het eerste, tweede en derde lid van een zodanige lichamelijke of geestelijke toestand, dat naar het oordeel van de bedrijfsgeneeskundige de belangen van de ambtenaar, van de dienst of van bij zijn dienstuitoefening betrokken derden zich tegen voortzetting van zijn dienst verzetten, dan wordt hij buiten dienst gesteld, tenzij Onze Minister, in overleg met de bedrijfsgeneeskundige dienst, van oordeel is dat hem passende andere werkzaamheden kunnen worden opgedragen. Hij wordt in geval van buitendienststelling geacht wegens ziekte verhinderd te zijn dienst te verrichten, in welk geval de desbetreffende bepalingen van dit hoofdstuk van toepassing zijn. 5. De ambtenaar is gehouden aan een onderzoek als bedoeld in het tweede en derde lid zijn medewerking te verlenen. Hij is tevens gehouden zijn medewerking te verlenen aan onderzoeken vanwege de bedrijfsgeneeskundige dienst, welke worden ingesteld ter beantwoording van de vraag: a. of, in welke mate en tot welk tijdstip er sprake is van verhindering wegens ziekte zijn dienst te verrichten; b. of verdere maatregelen of voorzieningen nodig zijn in het belang van het herstel van zijn gezondheid dan wel in het belang van het behoud, het herstel of de bevordering van zijn arbeidsgeschiktheid als bedoeld in de artikelen P6, P7 en P8 van de Algemene burgerlijke pensioenwet.