is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 551-600, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Par. 4. Bijzondere voorzieningen

Artikel 67

1. Aan de ambtenaar wordt een tegemoetkoming toegekend in hetgeen hij in een aaneengesloten tijdvak van twaalf kalendermaanden meer dan 5% van het in dat tijdvak genoten gezinsinkomen heeft uitgegeven aan noodzakelijk gemaakte, te zijnen laste blijvende, kosten voor geneeskundige behandeling en verzorging van zich zelf en zijn gezinsleden. Onder deze kosten wordt mede begrepen het uit hoofde van het Besluit geneeskundige verzorging politie 1971 op betrokkene toegepaste bijdrageverhaal. De door Onze Minister van Binnenlandse Zaken ter uitvoering van artikel 43, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement vastgestelde voorschriften zijn van overeenkomstige toepassing.

2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kan in bijzondere gevallen indien de noodzakelijke kosten, verband houdende met ziekte, welke de ambtenaar voor zich zelf en voor zijn gezin heeft gemaakt, een bedrag overschrijden, dat redelijkerwijze te zijnen laste kan blijven, aan de ambtenaar in die kosten een tegemoetkoming worden toegekend. De door Onze Minister van Binnenlandse Zaken ter uitvoering van artikel 43, tweede lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement vastgestelde voorschriften zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 68

1. In geval van ziekte, welke in overwegende mate haar oorzaak vindt in de aard van de aan de ambtenaar opgedragen werkzaamheden of in de bijzondere omstandigheden, waaronder deze moesten worden verricht, en niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten, worden hem vergoed de te zijnen laste blijvende, naar het oordeel van Onze Minister noodzakelijk gemaakte kosten van geneeskundige behandeling of verzorging.

2. De door Onze Minister van Binnenlandse Zaken ter uitvoering van artikel 44, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement vastgestelde voorschriften zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 69

1. Aan de gewezen ambtenaar, aan wie een invaliditeitspensioen krachtens de Algemene burgerlijke pensioenwet is toegekend, vermeerderd met een aanvulling, als bedoeld in artikel F9 dier wet, wordt - indien de ziekten of gebreken, uit hoofde waarvan hij blijvend ongeschikt is verklaard zijn betrekking te vervullen, in overwegende mate hun oorzaak vinden in de aard van de hem opgedragen werkzaamheden of in de bijzondere omstandigheden, waaronder deze moesten worden verricht, en niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid zijn te wijten - een uitkering verleend ten bedrage van 12,5% van het invaliditeitspensioen, zoals dit met evenbedoelde aanvulling is vermeerderd. De uitkering eindigt met ingang van de maand, waarin de gewezen ambtenaar de leeftijd van 65 jaar bereikt.

2. Indien aan de gewezen ambtenaar een uitsluitend naar zijn diensttijd berekend invaliditeitspensioen krachtens de Algemene burgerlijke pensioenwet is toegekend en dat pensioen lager is dan 112,5% van het bedrag, dat hem bij toepasselijkheid van artikel F9 dier wet aan invaliditeitspensioen en aanvulling zou zijn toegekend wordt hem in het geval bedoeld in het vorige lid, een uitkering verleend ten bedrage van het verschil. De uitkering eindigt met ingang van de maand waarin de gewezen ambtenaar de leeftijd van 65 jaar bereikt.

3. Indien het overlijden van een ambtenaar dan wel van een, voor een uitkering als bedoeld in de tweede voorgaande leden in aanmerking gekomen gepensioneerde ambtenaar het rechtstreeks gevolg is van ziekten of gebreken, als bedoeld in het eerste lid, wordt aan degene die in verband met dit