is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 551-600, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het samengestelde begrip «verplegings- of verzorgingsinrichtingen», dat in artikel 6ter van de wet voldoende duidelijk is om omschreven, in het besluit verder uit te splitsen.

Artikelen 3 en 4

De Commissie kan ermede instemmen dat, zonder inbreuk te maken op het beginsel van de vijfdaagse werkweek voor jeugdigen, noch op hetbeginsel dat de wekelijkse rusttijden van een jeugdig persoon ten minste een volle zaterdag of zondag moet omvatten, voor gevallen van zeer bijzondere aard uitzonderingen op de desbetreffende verboden met betrekking tot het verrichten van arbeid op zaterdag en zondag worden toegestaan. In verband hiermede zijn de desbetreffende uitzonderingen dan ook zeer beperkt gehouden.

Op het in artikel 9i, eerste lid, van de wet neergelegde verbod om op zondag arbeid te verrichten zal slechts een uitzondering gelden ten aanzien van verplegings- of verzorgingsinrichtingen en, bij ministeriële aanwijzing, ook voor kinderbeschermingsinrichtingen.

Deze vrijstelling is, behalve naar het soort arbeid dat mag worden verricht, ook nog beperkt doordat de betrokkenen ten minste 17 zondagen per kalenderjaar vrij moeten zijn (artikel 3).

Voor wat betreft uitzonderingen op het in artikel 9j, eerste lid, van de wet neergelegde verbod om op zaterdag arbeid te verrichten, heb ik, met instemming van de Commissie, gemeend dat er aanleiding is minder stringent te zijn. Behalve vrijstelling voor genoemde categorieën inrichtingen zijn ook uitzonderingen toegestaan aan categorieën ondernemingen in de dienstverlenende en recreatieve sector (artikel 4, eerste lid). Ook zijn bepaalde categorieën arbeid, welke veel door jeugdigen op zaterdag worden verricht, van het verbod om op zaterdag arbeid te verrichten, vrijgesteld (artikel 4, tweede lid).

Artikel 5

Als uitvloeisel van de vrijstelling voor jeugdige personen om op zaterdag arbeid te verrichten als krantenbezorgers, moest - gebaseerd op artikel 9k, tweede lid, van de wet - ook een vrijstelling worden opgenomen van de ononderbroken wekelijkse rusttijd-bepalingen.

Artikel 6

Aan de districtshoofden van de Arbeidsinspectie wordt de bevoegdheid gegeven in individuele gevallen ontheffingen te geven van de verplichte dagelijkse rusttijd en van het verbod om op zondag of zaterdag arbeid te verrichten. Over het te voeren ontheffingenbeleid zal overleg worden gepleegd met de sociale partners.

Artikel 7

Bij de inwerkingtreding van de artikelen 1 t/m 6 van dit besluit kunnen een groot aantal bepalingen die op de werk- en rusttijden van jeugdigen betrekking hebben, en die verspreid staan over de verschillende werktijdenbesluiten, vervallen. Voorts dient de werkingssfeer van een aantal bepalingen in die besluiten, die thans zowel op jeugdigen als op niet-jeugdigen van toepassing zijn, tot laatstgenoemde categorie te worden beperkt. Hiertoe dient het merendeel van de in artikel 7 van dit besluit vervatte wijzigingen. Na deze wijzigingen zullen de bepalingen die de arbeids- en rusttijden van jeugdigen materieel regelen geconcentreerd zijn in hoofdstuk II van de Arbeidswet 1919 en het op dit hoofdstuk gebaseerde Werk- en rusttijdenbesluit jeugdigen. In de overige werktijdenbesluiten zullen slechts de bepalingen die betrekking hebben op het bijhouden van een arbeidsregister en het ophangen van een arbeidslijst mede op jeugdigen van toepassing zijn.