is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 601-651, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4. Met inkomsten, die genoten worden uit enige overheidskas, worden andere inkomsten gelijkgesteld, indien zij verbonden zijn aan een betrekking waarin de belanghebbende ambtenaar is in de zin van de pensioenwet of afgezien van het bepaalde bij de artikelen B 7 en B 9 van die wet ambtenaar in de zin van die wet zou zijn. 5. Voor de toepassing van dit artikel wordt een uitkering krachtens de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet aangemerkt als inkomsten in verband met arbeid. 6. Indien in het bedrag der inkomsten bedoeld in de voorgaande leden, is of geacht kan worden te zijn begrepen een vergoeding ter zake van de premie Algemene Ouderdomswet en de Algemene Weduwen- en Wezenwet, blijft deze vergoeding voor de toepassing van dit artikel buiten beschouwing, tenzij de uitkering is verleend uit een betrekking als bedoeld in artikel 3, derde lid. 7. In bijzondere gevallen kan Onze Minister van het hiervoren bepaalde ten gunste van de belanghebbende afwijken. Artikel 9. 1. Onze Minister kan bepalen, dat inkomsten, die zijn genoten uit hoofde van overwerk, bij wijze van gratificatie, ter zake van een vrijwillige verbintenis bij de Nationale Reserve, bij de Reserve Rijks- en Gemeentepolitie, bij de Noodwachten en Noodwachtstaven dan wel bij de Monumentenwacht of bij andere door Onze Minister aan te wijzen reserve-organen, geheel of ten dele niet worden aangemerkt als inkomsten. 2. De kindertoelage, die de belanghebbende onder welke benaming ook elders ontvangt, wordt niet aangemerkt als inkomst.

Vermindering van de lange uitkering

Artikel 10. Indien de belanghebbende: a. een hem aangeboden ambt of betrekking, welke hem in verband met zijn persoonlijkheid en omstandigheden redelijkerwijs kan worden opgedragen, weigert te aanvaarden; b. in de gelegenheid is om op een wijze, die voor hem passend kan worden geacht, inkomsten te verkrijgen, daarvan geen gebruik maakt; c. inkomsten, als bedoeld in artikel 8, zonder voldoende reden prijsgeeft dan wel door eigen schuld of toedoen verloren doet gaan; wordt de lange uitkering verminderd met het bedrag, waarmede de uitkering vermeerderd met de verzuimde dan wel met de prijsgegeven of verloren gegane inkomsten de laatstelijk genoten wedde zou hebben overschreden.

Afkoop van het recht op lange uitkering

Artikel 11. Op verzoek van de belanghebbende kan het recht op de lange uitkering geheel of ten dele worden afgekocht.

Tegemoetkoming verhuiskosten voor rechthebbenden op lange uitkering

Artikel 12. Aan de belanghebbende aan wie een lange uitkering is toegekend, die elders arbeid of bedrijf ter hand gaat nemen, kan ter zake van de kosten, die voor hem aan een daartoe nodige verhuizing zijn verbonden een tegemoetkoming worden toegekend tot ten hoogste het bedrag van een vergoeding volgens de normen van het Verplaatsingskostenbesluit 1962, met dien verstande, dat de vergoedingspercentages, bedoeld in artikel 6 van evengenoemd besluit over geen hoger bedrag worden berekend dan het bedrag der laatstelijk genoten wedde, verhoogd met de toeslag, bedoeld in artikel 20, eerste lid.