is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 601-651, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 8

Onze Minister van Financiën heft het Grootboek voor de Wederopbouw met ingang van een door hem te bepalen datum op. Op die datum treedt Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening met betrekking tot de taak en de bevoegdheden van de Directeur van dat Grootboek voorzover mogelijk in diens plaats. Het bepaalde in Afdeling 2 van Hoofdstuk IV en Afdeling 1 van Hoofdstuk V van de Wet op de Materiële Oorlogsschaden is daarop voor zover mogelijk van overeenkomstige toepassing.

Artikel 9

1. Het Scheidsgerecht voor de oorlogsschade, ingesteld bij artikel 90 van de Wet op de Materiële Oorlogsschaden, wordt opgeheven. Artikel 91 van die wet, de artikelen 45-47 van de Wet op de Watersnoodschade 1953 en artikel 3, derde lid, van de Liquidatiewet Oorlogs- en Watersnoodschade I zijn niet meer van toepassing voorzover hierna niet anders wordt bepaald. 2. De rechthebbende die bezwaar heeft tegen een uitspraak als bedoeld in artikel 89 van de Wet op de Materiële Oorlogsschaden of in artikel 44 van de Wet op de Watersnoodschade 1953, kan daarvan in hoger beroep komen bij de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage, uitsluitend op de gronden, genoemd in het eerste lid van artikel 91 van de Wet op de Materiële Oorlogsschaden, onderscheidenlijk in het eerste lid van artikel 45 van de Wet op de Watersnoodschade 1953. 3. Op dezelfde gronden kan bij de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage beroep worden ingesteld door de rechthebbende die bezwaar heeft tegen een uitspraak, gedaan ingevolge artikel 3, derde lid, van deze wet. 4. Artikel 87, derde tot en met zevende lid, van de Wet op de Materiële Oorlogsschaden is op dit hoger beroep dan wel beroep van overeenkomstige toepassing. 5. De rechtbank beslist in hoogste ressort. 6. De bij het Scheidsgerecht voor de oorlogsschade reeds aanhangige zaken gaan in de stand waarin zij zich bevinden over naar de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage, die de behandeling van deze zaken voortzet. De secretaris van het Scheidsgerecht zendt daartoe de bij hem ingediende beroepschriften waarop het tijdstip van het in werking treden van deze wet nog geen beslissing is genomen, alsmede de overige op die zaken betrekking hebbende bescheiden, aan de griffier van de rechtbank toe; hij vermeldt daarbij de datum waarop die beroepschriften zijn ontvangen.

HOOFDSTUK II

Schaden in de publiekrechtelijke sector

Artikel 10

1. Een vergoeding ingevolge de artikelen 7 en 8 van de Wet Financiering Wederopbouw Publiekrechtelijke Lichamen wordt niet toegekend, tenzij het herstel van de oorlogsschade, herbouw daaronder begrepen, blijkens een vóór 1 september 1980 aan Onze Minister van Financiën gedane mededeling vóór 1 juli 1980 daadwerkelijk is begonnen en op 1 juni 1981 is voltooid. 2. Een vergoeding ingevolge artikel 9 der in het eerste lid genoemde wet wordt na 31 december 1979 niet toegekend. 3. Een vergoeding ingevolge artikel 10 der in het eerste lid genoemde wet wordt niet toegekend, tenzij de uitvoering van het wederopbouwplan blijkens een vóór 31 maart 1979 aan Onze Minister van Financiën gedane mededeling op 31 december 1978 is voltooid.