is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 652-680, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tekst van de Liquidatiewet Ouderdomswet 1919, zoals deze is gewijzigd bij de wet van 21 november 1979, Stb. 672

HOOFDSTUK I

Algemene bepalingen

Artikel 1

Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder:

a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken; b. Invaliditeits- en Ouderdomsfonds: het Invaliditeits- en Ouderdomsfonds, bedoeld in artikel 1 van de Ouderdomswet 1919; c. Ouderdomsfonds B: het Ouderdomsfonds B, bedoeld in artikel 1 van de Ouderdomswet 1919; d. ouderdomsrente: een rente krachtens een verzekering op grond van de bepalingen van artikel 10, eerste en tweede lid, van de Ouderdomswet 1919, zoals deze ten tijde van het sluiten van de verzekering luidden; e. overlevingsrente: een rente krachtens een verzekering op grond van het bepaalde in artikel 10, vierde lid, van de Ouderdomswet 1919; f. rente: een rente als onder den e bedoeld; g. verzekerde: degene ten behoeve van wie een rente verzekerd is; h. een particuliere levensverzekeraar: een particuliere levensverzekeraar, aangewezen op grond van artikel 14.

HOOFDSTUK II

Ouderdomswet 1919

§ 1. Beëindiging toelating toten herstelmogelijkheid van de verzekering

Artikel 2

De artikelen 10, 11 en 22 van de Ouderdomswet 1919 treden buiten werking.

Artikel 3

1. Artikel 20, tweede lid, tweede volzin, van de Ouderdomswet 1919 wordt gelezen: Dit bedrag wordt vastgesteld volgens regelen, bij algemene maatregel van bestuur te stellen. 2. Artikel 23, eerste lid, onder a, van de Ouderdomswet 1919 wordt gelezen: a. van de beslissingen omtrent het beëindigen der premiebetaling voor de verzekerde. § 2. Afkoop van renten

Artikel 4

1. De verzekerde, wiens rente zou ingaan op of na 1 januari 1980, heeft geen recht op die rente.