is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 652-680, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ring van het bepaalde in artikel 2, eerste lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet.

Onze Minister kan ten aanzien van de voortzetting van de premiebetaling nadere voorwaarden stellen.

3. Indien de wens tot voortzetting van de premiebetaling ingevolge de Ouderdomswet 1919 wordt herroepen binnen de in het vorige lid bedoelde termijn, eindigt de verzekering op het in het eerste lid bedoelde tijdstip, zoals dat is of wordt bepaald voor de groep van verzekerden, waartoe degene, die de in het vorige lid bedoelde wens heeft herroepen, behoort. 4. Indien voor een tegen bruto-premies gesloten verzekering ingevolge de Ouderdomswet 1919, welke krachtens het bepaalde in het tweede lid niet is geëindigd, de premiebetaling ingevolge artikel 20 of artikel 21, tweede lid, van genoemde wet alsnog wordt beëindigd, eindigt deze verzekering op het in het eerste lid bedoelde tijdstip, zoals dat is of wordt bepaald voor de groep van verzekerden, waartoe degene, die de premiebetaling ingevolge genoemde artikelen heeft beëindigd, behoort, of wanneer dat later is, op de dag, waarop de premiebetaling eindigt.

Artikel 9

Aan een krachtens artikel 8 geëindigde verzekering kunnen, onverminderd het bepaalde in artikel 10, geen aanspraken meer worden ontleend.

§ 4. Afkoop en overdracht van verzekeringen, gesloten tegen bruto-premies

Artikel 10

1. De verzekerde, wiens verzekering ingevolge de Ouderdomswet 1919 in verband met het bepaalde in artikel 8 eindigt, verkrijgt op het in genoemd artikel bedoelde tijdstip recht op een afkoopsom ter hoogte van de contante waarde van de verzekering. 2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regelen gesteld voor de berekening van de contante waarde als bedoeld in het vorige lid.

Artikel 11

1. De in artikel 10 bedoelde afkoopsom wordt, behoudens in de in artikel 12 bedoelde gevallen, uitbetaald aan de gewezen verzekerde. 2. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid kan de afkoopsom, met inachtneming van door Onze Minister te stellen regelen, worden uitbetaald aan een ander dan de in dat lid bedoelde persoon.

Artikel 12

1. Op het in artikel 8, eerste lid, bedoelde tijdstip wordt aan een particuliere levensverzekeraar overgedragen de afkoopsom ter hoogte van de contante waarde van de tegen bruto-premies gesloten en de krachtens artikel 8, eerste lid, geëindigde verzekering ingevolge de Ouderdomswet 1919, waarvoor a. de premiebetaling niet ingevolge artikel 20 of artikel 21, tweede lid, van genoemde wet is geëindigd; b. de premiebetaling ingevolge artikel 20 of artikel 21, tweede lid, van g e ' noemde wet is geëindigd en het in artikel 20, tweede lid, onder b, van die wet bedoelde rentebedrag is vastgesteld op meer dan f 30 per maand, een en ander mits door of voor de verzekerde binnen een door Onze Minis* er vast te stellen termijn en overeenkomstig door Onze Minister te stellen reg e ' len de wens daartoe te kennen is gegeven. 2. Voor zoveel nodig in afwijking van het bepaalde in het vorige lid, vindt de in de aanhef van dat lid bedoelde overdracht, behoudens in de in het volgende lid bedoelde gevallen, in ieder geval plaats, indien en voor zover het