is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 652-680, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 16

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld ter uitvoering van het bepaalde in de artikelen 12,13,14 en 15.

Artikel 17

De afkoopsommen ingevolge artikel 10, alsmede de aan de uitvoering van de artikelen 10,11 en 12 verbonden administratiekosten, komen ten laste van het Ouderdomsfonds B.

§ 5. Beslag en beroep

Artikel 18

Ten aanzien van de in deze wet bedoelde afkoopsommen is artikel 17 van de Ouderdomswet 1919 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 19

1. Aan de belanghebbende wordt, desgevraagd, schriftelijk kennis gegeven van een beslissing ingevolge deze wet, welke verband houdt met het recht op een afkoopsom als bedoeld in artikel 5 of artikel 10. 2. Een kennisgeving als in het vorige lid bedoeld, is gedateerd, vermeldt de gronden waarop de beslissing berust, alsmede naam en adres van het college, waarbij ingevolge het bepaalde in het vierde lid beroep kan worden ingesteld en de termijn van beroep. 3. Tegen een beslissing, waarvan ingevolge het bepaalde in het eerste lid schriftelijk kennis wordt gegeven, staat voor de belanghebbende beroep open. 4. Over het in het vorige lid bedoelde beroep wordt geoordeeld door de raden van beroep en door de Centrale Raad van Beroep, bedoeld in de Beroepswet. § 6. Uitkeringen aan rentetrekkers

Artikel 20

Aan verzekerden, die in het genot zijn van een rente ten laste van het Ouderdomsfonds B, kunnen volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regelen naast de bedoelde rente ten laste van genoemd fonds andere uitkeringen worden gedaan.

HOOFDSTUK III

Regelen inzake de rechtspositie van het bij de Ouderdomswet 1919 betrokken personeel

Artikel 21

1. In afwijking voor zover nodig van hetgeen te dien aanzien elders is bepaald kan Onze Minister, gehoord de Sociale Verzekeringsraad, ten aanzien van personeel van de Sociale Verzekeringsbank en de Raden van Arbeid, in verband met het bepaalde in deze wet regelen dan wel nadere regelen vaststellen met betrekking tot indienstneming, ontslag, wachtgeld en overige rechten en verplichtingen. 2. De uit de door Onze Minister krachtens het vorige lid te stellen regelen of nadere regelen voortvloeiende uitgaven ter zake van ontslag van personeel, komen in een door Onze Minister vast te stellen verhouding ten laste van het Ouderdomsfonds B en het Invaliditeits- en Ouderdomsfonds.