is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 652-680, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel P7

Ook zonder dat voor de ambtenaar door hem of door het orgaan een geneeskundig onderzoek is gevraagd, kan de directie al dan niet op verzoek van de ambtenaar of van het orgaan artikel P 6 op de ambtenaar toepassen, indien aannemelijk is dat een in dat artikel genoemde maatregel of verstrekking noodzakelijk is in het belang van het behoud, het herstel of de bevordering van zijn arbeidsgeschiktheid en anders niet zou worden genomen, onderscheidenlijk verleend. De voorgaande volzin is van overeenkomstige toepassing op degene die uitzicht heeft op invaliditeitspensioen krachtens artikel E 1, tweede lid.

Medewerking betrokkene verplicht

Artikel P 8

1. De te onderzoeken persoon dient zijn volledige medewerking te verlenen aan een geneeskundig onderzoek, een observatie en een maatregel als bedoeld in de voorgaande artikelen, tenzij de maatregel een ingreep van heelkundige aard mocht zijn. 2. Indien de directie zich onvoldoende voorgelicht achtten gevolge van onvolledige medewerking van de te onderzoeken persoon zonder dat daarvoor deugdelijke gronden aanwezig zijn, beslist de directie: a. indien het een ambtenaar betreft, dat blijvende ongeschiktheid van betrokkene uit hoofde van ziekten of gebreken om zijn betrekking te vervullen, niet is aangetoond; b. indien het een gepensioneerde betreft, dat hij geen recht heeft op aanvulling of verhoging van de aanvulling van zijn pensioen.

Voorzieningen

Artikel P 9

1. De directie is bevoegd de ambtenaar of gewezen ambtenaar, onderscheidenlijk gepensioneerde ambtenaar, die uitzicht, onderscheidenlijk recht heeft op invaliditeitspensioen, al dan niet op diens verzoek, in aanmerking te brengen voor voorzieningen tot behoud, herstel of ter bevordering van de arbeidsgeschiktheid en voor genees- en heelkundige voorzieningen, een en ander voor zover deze voorzieningen, onverminderd het bepaalde in artikel P 8, geschieden met instemming van de betrokkene of diens wettelijke vertegenwoordiger. 2. Bovendien kan de directie de in het vorige lid bedoelde personen, al dan niet op hun verzoek, in aanmerking brengen voor voorzieningen, welke strekken tot verbetering van hun levensomstandigheden. 3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden ter beperking van het bepaalde in de vorige leden regelen gesteld.

Bijzondere vergoeding

Artikel P 10

1. Indien het treffen van een maatregel of voorziening als bedoeld in de artikelen P 6, P 7 of P 9 tot gevolg heeft, dat betrokkene geen of slechts gedeeltelijk arbeid kan verrichten en uit dien hoofde inkomsten derft, heeft hij gedurende de duur van die maatregel of voorziening aanspraak op een toelage, welke toelage overeenkomt met het bedrag van de gederfde inkomsten, met dien verstande, dat de toelage of, ingeval een invaliditeitspensioen wordt genoten, de toelage vermeerderd met dat pensioen, per dag niet te boven mag gaan het in het eerste lid van artikel 9 der Coördinatiewet Sociale Verzekering bedoelde maximum dagloon. De directie is bevoegd om, indien