is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 652-680, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te van het weduwenpensioen op te leveren en wordt vergeleken met het weduwenpensioen dat geacht kan worden betrekking te hebben op de samenlopende tijd.

Artikel U 45

1. Voor de toepassing van deze wet wordt de overgangstoeslag toegekend krachtens artikel 4 van de derde afdeling van de Pensioenmaatregelen 1963, geacht krachtens deze wet te zijn toegekend. 2. Met ingang van de dag waarop voor belanghebbende na de dag voorafgaand aan die van de inwerkingtreding van de Pensioenmaatregelen 1963, recht op een lager bedrag aan algemeen pensioen, als bedoeld in artikel J 4, ontstaat, of het recht op evenbedoeld algemeen pensioen vervalt dan wel recht op een hoger pensioen anders dan krachtens artikel A 8 ontstaat, vervalt de overgangstoeslag of wordt deze op zodanig lager bedrag vastgesteld, alsof de omstandigheid die tot wijziging leidde reeds op laatstbedoelde dag aanwezig was geweest. 3. Voor de afleiding van het weduwen- en wezenpensioen blijft de op het eigen pensioen verleende overgangstoeslag bedoeld in het eerste lid buiten beschouwing. 4. Overigens worden het pensioen en de daarbij behorende overgangstoeslag als een eenheid beschouwd, waarop de op het pensioen betrekking hebbende wettelijke bepalingen van overeenkomstige toepassing zijn, met uitzondering van artikel A 8 en van § 2 van hoofdstuk J.

Artikel U 46

1. Op schriftelijk verzoek van de weduwe, die aantoont, dat een rente of uitkering als bedoeld in artikel 19, onder 2e, der Ongevallenwet 1921, artikel 40, onder 2e, der Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922, onderscheidenlijk artikel 2, tweede lid, der Zeeongevallenwet 1919, daaronder begrepen de daarop verleende toe- en bijslagen anders dan ingevolge de Wet compensatie premie Algemene Ouderdomswet Ongevallenrentetrekkers, is beperkt uit hoofde van haar recht op algemeen weduwenpensioen als bedoeld in de Algemene Weduwen- en Wezenwet, wordt het bedrag van die beperking in mindering gebracht op het inbouwbedrag bedoeld in artikel J 6. 2. Indien op de dag waarop het verzoek, bedoeld in het vorige lid, bij de directie is ingekomen, meer dan een jaar is verstreken nadat de omstandigheid, bedoeld in het vorige lid, is opgetreden, gaat de in dat lid bedoelde vermindering niet vroeger in dan een jaar voor de eerste dag van de maand waarin het verzoek werd ingediend.

Artikel U 47

1. Indien een pensioen is toegekend krachtens artikel 48, eerste lid, onder c of d van de Pensioenwet 1922 en tevens uit hoofde van dezelfde oorzaak een rente of uitkering als bedoeld in: a. de artikelen 15 of 16 van de Ongevallenwet 1921; b. de artikelen 36 of 37 van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922; c. artikel 2, eerste lid, van de Zeeongevallenwet 1919, daaronder begrepen de daarop vallende toe- en bijslagen anders dan ingevolge de Wet compensatie premie Algemene Ouderdomswet Ongevallenrentetrekkers, onderscheidenlijk een periodieke uitkering die krachtens een wettelijk voorschrift vooreen zodanige rente of uitkering in de plaats is getreden, wordt genoten, wordt het pensioenbedrag verminderd met het bedrag van de rente of uitkering, onderscheidenlijk met het bedrag van de uitkering, dat geacht moet worden betrekking te hebben op dezelfde ziekten of gebreken uit hoofde waarvan het pensioen is toegekend. De voorgaande volzin geldt met dien verstande, dat het naar diensttijd berekende deel van het pensioen voor de vermindering buiten aanmerking blijft.