is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 652-680, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c. dit verzoek of die aanvraag beoordeeld naar de regelen van evengenoemde wet, met dien verstande dat het pensioen of de verhoging van het pensioen ingaat met het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet. 2. De overige krachtens artikel V 2 ingekochte tijd komt voor de toepassing van deze wet in aanmerking als diensttijd; ten aanzien van deze tijd blijft echter artikel F 1, tweede lid, buiten beschouwing. 3. Zij die voor het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet niet tijdig een verzoek om inkoop bij de Pensioenraad bedoeld in artikel 10 van de Pensioenwet 1922 hebben ingediend, waaromtrent binnen een jaar na dat tijdstip nog geen beslissing is genomen die rechtens onaantastbaar is geworden, worden voorzoveel nodig geacht het verzoekschrift bedoeld in artikel V 2 binnen de daar gestelde termijn bij de directie te hebben ingediend.

Berekening inkoopbijdrage

Artikel V 7

1. Voor de berekening van de inkoopbijdrage worden de belanghebbenden onderscheiden in; a. degenen die op de dag voor het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet ambtenaarzijn in de zin van de Pensioenwet 1922; b. degenen die op evenbedoeld tijdstip gewezen ambtenaar zijn in de zin van de Pensioenwet 1922 en nog geen recht op pensioen hebben; c. degenen die op meerbedoeld tijdstip recht op pensioen hebben; d. belanghebbende weduwen en wezen als bedoeld in artikel V 1, onder b en c. 2. De grondslag waarnaar de bijdrage wordt berekend is voor de groep genoemd in het vorige lid onder: a. de som van de pensioengrondslagen in de zin van de Pensioenwet 1922, die gelden op de dag vóór de inwerkingtreding van deze wet; b en c. de middelsom van de pensioengrondslagen waarnaar het pensioen zal worden berekend of is berekend; d. de pensioengrondslag of de middelsom van pensioengrondslagen waarnaar het pensioen van de weduwe of wees is berekend dan wel de middelsom van pensioengrondslagen, waarnaar het eigen pensioen is berekend, waarvan eerstbedoelde pensioenen zijn afgeleid, met dien verstande, dat voor deze berekening de onder b, c en d bedoelde middelsom en pensioengrondslagen worden vermenigvuldigd met de desbetreffende vermenigvuldigingsgetallen, genoemd in de bijlage van de Aanpassingsregeling bedoeld in artikel 107a van de Pensioenwet 1922, die geldt op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet. 3. De leeftijd waarvan bij de berekening van de bijdrage wordt uitgegaan is die welke: 1e. dein het eerste lid, onder a, b en c bedoelde personen bereikt hebben op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet; 2e. degene aan wie de personen bedoeld in het eerste lid, onder d het recht op pensioen ontlenen, op evenbedoeld tijdstip bereikt zou hebben indien hij niet was overleden.

Artikel V 8

1. De inkoopbijdrage is het verschil van de hierna omschreven twee getallen. a. Het eerste getal is het produkt van: 1e. het getal dat voor elke groep genoemd in artikel V 7, eerste lid, en voor de in het derde lid van genoemd artikel bedoelde leeftijd in volle jaren, is vermeld in kolom I van het bij deze wet behorende tarief V 8; 2e. de in te kopen diensttijd uitgedrukt in jaren; 3e. de grondslag omschreven in artikel V 7, tweede lid, gedeeld door duizend.