is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 652-680, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de in artikel S 1 bedoelde raadsbeslissingen. Van deze afdeling zijn de voorzitter en de secretaris van de raad ambtshalve voorzitter en secretaris. 3. In het reglement kan voorts worden bepaald dat: a. de raad ook andere afdelingen kan instellen; b. bepaalde bevoegdheden van de raad worden uitgeoefend door de voorzitter of een daartoe aan te wijzen afdeling van de raad.

Directie

Artikel L 8

1. De directie bestaat uit ten hoogste drie leden, te benoemen, te schorsen en te ontslaan door Onze Minister. 2. Onze Minister benoemt de directie-leden op voordracht van de hoofddirectie N.S. 3. Onze Minister stelt, de Raad van toezicht gehoord, voor de directie een instructie vast. In deze instructie wordt mede geregeld de verplichting van de directie tot het doen van mededelingen en het verstrekken van inlichtingen en adviezen aan de raad.

Personeel

Artikel L9

Het personeel dat de directie behoeft voor de uitvoering van de haar opgedragen taak wordt haar door de N.S. ter beschikking gesteld. De personeelsleden worden gedurende de tijd dat zij ter beschikking van de directie gesteld zijn geacht een betrekking onder de directie te vervullen.

Rechtspositie directieleden, secretaris Raad van toezicht en personeelsleden

Artikel L 10

De directieleden, de secretaris van de Raad van toezicht en de personeelsleden als bedoeld in artikel L 9 in staan bezoldigde dienstverhouding tot N.S.

Verslagen

Artikel L 11

1. De directie brengt jaarlijks aan de Raad van toezicht schriftelijk verslag uit van haar beleid en werkzaamheden. De directie voegt bij haar verslag de jaarrekening van het fonds. 2. De raad brengt aan Onze Minister jaarlijks schriftelijk verslag uit en legt daarbij tevens over het verslag van de directie. 3. Zo spoedig mogelijk nadat zij aan Onze Minister zijn aangeboden, stelt de directie beide verslagen algemeen verkrijgbaar.

Wiskundig adviseur

Artikel L 12

1. De directie wordt bijgestaan door een wiskundig adviseur. 2. De wiskundig adviseur wordt door Onze Minister voor een tijdvak van ten hoogste vijf jaren aangewezen. Na afloop van dat tijdvak kan hij opnieuw worden aangewezen. De Raad van toezicht wordt voor elke aanwijzing in de gelegenheid gesteld een aanbeveling van ten hoogste twee personen in te dienen.