is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 681-700, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 29

1. De berekeningsgrondslagen van de op 1 januari 1978 lopende pensioenen en de berekeningsgrondslagen van de pensioenen met een ingangsdatum na 1 januari 1978 uit hoofde van een ontslag of overlijden voor die datum, worden met ingang van 1 januari 1978 of zoveel later als het pensioen is ingegaan, aangepast als volgt: a. indien de berekeningsgrondslag lager is dan of gelijk is aan f 23.219,08, wordt deze verhoogd met een bedrag van f 304,17, b. indien de berekeningsgrondslag hoger is dan f 23.219,08 doch lager is dan of gelijk is aan f 129.727,81, wordt deze verhoogd met 1,31 procent, c. indien de berekeningsgrondslag hoger is dan f 129.727,81 doch lager is dan of gelijk is aan f 152.593,46, wordt deze verhoogd met 1,05 procent, met dien verstande, dat de aldus aangepaste berekeningsgrondslag niet minder zal bedragen dan f 131.427,24, d. indien de berekeningsgrondslag hoger is dan f 152.593,46 doch lager is dan of gelijk is aan f 165.280,75, wordt deze verhoogd met 0,79 procent, met dien verstande, dat de aldus aangepaste berekeningsgrondslag niet minder zal bedragen dan f 154.195,69, e. indien de berekeningsgrondslag hoger is dan f 165.280,75 doch lager is dan of gelijk is aan f 177.794,84, wordt deze verhoogd met 0,52 procent, met dien verstande, dat de aldus aangepaste berekeningsgrondslag niet minder zal bedragen dan f 166.586,47, f. indien de berekeningsgrondslag hoger is dan f 177.794,84, wordt deze verhoogd met 0,26 procent, met dien verstande, dat de aldus aangepaste berekeningsgrondslag niet minder zal bedragen dan f 178.719,37. 2. De berekeningsgrondslagen van pensioenen uit hoofde van een ontslag of overlijden na 1 januari 1978 worden aangepast overeenkomstig het eerste lid, nadat het onder a genoemde bedrag en de onder b tot en met f genoemde percentages zijn vermenigvuldigd met een breuk, waarvan de teller wordt gevormd door het aantal dagen van de berekeningsperiode van de pensioen- en/of berekeningsgrondslagen in de zin van de pensioenwet, dat ligt voor 1 januari 1978 en de noemer is 360. De maand wordt daarbij gesteld op 30 dagen. 3. In afwijking van de vorige leden wordt de berekeningsgrondslag van een kostwinnerspensioen uit hoofde van een overlijden voor 1 januari 1978, met ingang van die datum aangepast door vermenigvuldiging met 1,034. 4. In afwijking van het eerste lid wordt de minimumberekeningsgrondslag voor pensioenen uit hoofde van een ontslag of overlijden voor 1 januari 1978, met ingang van die datum verhoogd totf 24.748,02.

Artikel 30

1. Een pensioen, als bedoeld in artikel 29, wordt met ingang van 1 januari 1978 of van het later tijdstip, waarop het pensioen is ingegaan, vastgesteld op het bedrag, gelijk aan zoveel procent van de overeenkomstig artikel 29 aangepaste berekeningsgrondslag, als het pensioenpercentage beloopt. 2. Een invaliditeitspensioen uit hoofde van een ontslag voor 1 januari 1978 wordt met ingang van die datum vastgesteld opf 1.671,-.

HOOFDSTUK II

Artikel 31

Met ingang van 1 januari 1978 luiden de in de artikelen C 5, onder d, E 3, tweede lid, E 4, F 3, eerste lid, F 7, zevende lid onder e en tiende lid, F 10a, tweede lid, J 1a, tweede lid, M 4, eerste lid, en V 13, tweede en derde lid van de pensioenwet en de in de daarmede overeenkomende artikelen in de vroegere militaire pensioenwetten bedoelde bedragen f 19.004,06, f 1.671,-, f 1.671,-, f 29.860,-, f 16.334,-, f 24.748,02, f 182.545,56, f 24.748,02, f 127.268-, f 20.850,-, f 328,- en f 328,-.