is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 681-700, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZEVENDE AFDELING

HOOFDSTUK I

Artikel 40

Voor de toepassing van dit Hoofdstuk wordt verstaan onder berekeningsgrondslag: a. voor de op 1 augustus 1978 lopende pensioenen en voor pensioenen met een ingangsdatum na 31 juli 1978 uit hoofde van een ontslag of overlijden voor 1 augustus 1978, de berekeningsgrondslag, bedoeld in artikel 35 van de Aanpassingsregeling militaire pensioenen 1978-11, aangepast overeenkomstig artikel 35 van die Aanpassingsregeling en voor zoveel nodig aan de daaraan voorafgaande Aanpassingsregelingen pensioenen, b. voor pensioenen met een ingangsdatum na 1 augustus 1978 uit hoofde van een ontslag of overlijden na 31 juli 1978: 1°. de pensioen- en/of berekeningsgrondslag in de zin van de pensioenwet, 2°. indien die pensioenen zijn afgeleid van een ander pensioen, de pensioen- en/of berekeningsgrondslag, waarnaar dat andere pensioen is berekend, nadat die grondslagen zijn aangepast overeenkomstig de Aanpassingsregeling militaire pensioenen 1978-11 en voor zoveel nodig aan de daaraan voorafgaande Aanpassingsregelingen pensioenen.

Artikel 41

1. De berekeningsgrondslagen van de op 1 augustus 1978 lopende pensioenen en de berekeningsgrondslagen van de pensioenen met een ingangsdatum na 1 augustus 1978 uit hoofde van een ontslag of overlijden voor die datum, worden met ingang van 1 augustus 1978 of zoveel later als het pensioen is ingegaan, aangepast door: a. indien de berekeningsgrondslag lager is dan of gelijk is aan f22.680,-, verhoging met 0,3 procent en de uitkomst daarvan te verhogen met een bedrag van f 249,48, b. indien de berekeningsgrondslag hoger is dan f 22.680,-, verhoging met 1,4 procent. 2. De berekeningsgrondslagen van pensioenen uit hoofde van een ontslag of overlijden na 1 augustus 1978 worden aangepast overeenkomstig het eerste lid, nadat het daargenoemde bedrag en de genoemde percentages zijn vermenigvuldigd met een breuk, waarvan de teller wordt gevormd door het aantal dagen van de berekeningsperiode van de pensioen- en/of berekeningsgrondslagen in de zin van de pensioenwet, dat ligt voor 1 augustus 1978 en de noemer is 360. De maand wordt daarbij gesteld op 30 dagen. 3. In afwijking van de vorige leden wordt de berekeningsgrondslag van een kostwinnerspensioen, uit hoofde van een overlijden voor 1 juli 1978, met ingang van die datum aangepast door verhoging met 2,6 procent. 4. In afwijking van het eerste en tweede lid wordt de minimumberekeningsgrondslag voor pensioenen uit hoofde van een ontslag of overlijden voor 1 juli 1978, met ingang van die datum verhoogd tot f25.426,62.

Artikel 42

1. Een pensioen, als bedoeld in artikel 41, derde en vierde lid, wordt met ingang van 1 juli 1978 en een pensioen, als bedoeld in het eerste en tweede lid van dat artikel, wordt met ingang van 1 augustus 1978, of van het later tijdstip waarop die pensioenen zijn ingegaan, vastgesteld op het bedrag, gelijk aan zoveel procent van de overeenkomstig artikel 41 aangepaste berekeningsgrondslag, als het pensioenpercentage beloopt. 2. Een invaliditeitspensioen uit hoofde van een ontslag voor 1 augustus 1978 wordt met ingang van die datum vastgesteld op f 1.728,-.