is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 681-700, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze regelingen geven echter tevens aan, dat in bepaalde omstandigheden de uitkering c.q. het wachtgeld niet lager mag zijn dan een soort garantiebedrag, hetwelk meer populair een garantie-pensioenbedrag zou kunnen worden genoemd.

Het is duidelijk, dat laatstbedoeld bedrag de aanpassing moet volgen van de militaire pensioenen. Dit betekent tevens, dat een wijziging én van de uitkerings-/wachtgeldbasis en pensioengarantiebasis gelijktijdig moet plaatsvinden, wil de noodzakelijke relatie tussen beide componenten kunnen blijven bestaan.

Aangezien het binnen het automatiseringsproces van de militaire pensioen- administratie uitermate ondoelmatig zou zijn voor uitkeringen/wachtgelden enerzijds en pensioenen anderzijds een verschillend tijdstip van verhoging en verwerking te kiezen, is telkens aansluiting gezocht, voor beide groepen van rechthebbenden, aan de betreffende bezoldigingsmaatregelen.

Hoewel derhalve het tijdstip met ingang waarvan en de wijze waarop een bezoldigingsmaatregel in de militaire en burgerpensioensfeer onderling kan verschillen, het zij herhaald, de materiële waarde van de maatregel is dezelfde.

De opbouw van de aanpassingregeling voor burgerlijke pensioenen en voor militaire pensioenen verschilt ook overigens, niet alleen nu, maar ook voor 1976 als gevolg van de omstandigheid, dat voor de opbouw van de grondslag voor pensioenberekening een verschillend uitgangspunt geldt.

Geldt voor het burgerlijk pensioen in het algemeen als grondslag de middelsom over de twee kalenderjaren, voorafgaande aan het jaar van ontslag of overlijden, voor de grondslag voor militaire pensioenen geldt de bezoldiging over het jaar voorafgaande aan ontslag of overlijden.

Artikelen

Artikel 7

In dit artikel wordt het kostwinnerspensioen en de minimumberekeningsgrondslag omschreven.

Afgezien van de noodzaak om in verband met doelmatigheidsredenen in een besluit soms begripsbepalingen op te nemen, is de reden in dit geval ten opzichte van dat pensioen en die grondslag mede gelegen in het feit, dat die elementen in het algemeen een andere welvaartsvastheidskoers volgen dan de andere overheidspensioenen.

Het kostwinnerspensioen met name richt zich met betrekking tot wijziging van het bedrag op de bewegingen, welke het prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie vertoont.

De praktijk heeft geleerd, dat het verloop van dit indexcijfer alleen achteraf is vastte stellen. In het ontwerp-besluit is dan ook te zien, dat deze pensioenen met ingang van een bepaalde datum in het kader van de welvaartsvastheid verhoogd en een daaraan voorafgaande periode bij wijze van correctie financieel wordt opgevangen door een uitkering-ineens. Een grondslag, overeenkomende met een tot een jaarbedrag herleid inkomen op basis van het minimumdagloon in de zin van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering is sedert 1 januari 1970 in de militaire pensioenwetgeving geïntroduceerd.

Ook bedoeld minimumdagloon vertoont ten aanzien van het tijdstip waarop de wijziging van het minimumdagloon differentiatie ten opzichte van de wijzigingen in de bezoldiging van het rijkspersoneel.

Dit moge verklaren, waarom krachtens artikel L 2 van de Algemene militaire pensioenwet in de hiernavolgende artikelen, voor wijziging van de minimumberekeningsgrondslag meestal een ander tijdstip en, procentueel gezien, een ander percentage geldt dan geldt voor de aanpassing van de andere overheidspensioenen.

Met deze toelichting acht ondergetekende het verschil in en het tijdstip van realisering van de aanpassing van de burgerlijke en militaire pensioenen voldoende verklaard.