is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 681-700, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikelen 12, 26, 46

De inhoud van dit artikel beoogt om, evenals in vroegere aanpassingsregelingen pensioenen, degene die is gepensioneerd ondertoekenning van een invaliditeitspensioen/invaliditeitsverhoging uit hoofde van gebreken, verband houdende met de uitoefening van de militaire dienst, alsmede de nabestaande(n) van degene, die ten gevolge van bedoelde dienstuitoefening is overleden over een kalenderjaar te garanderen het bedrag aan pensioen, dat hij/zij zou hebben genoten, indien het pensioen zou zijn berekend naar een tot een jaarbedrag herleid minimumdagloon in de zin van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.

Artikel 48

Zoals in het algemeen gedeelte is aangegeven, wijkt het tijdstip waarop en de wijze volgens welke de bezoldigingsmaatregelen door onder andere het Algemeen burgerlijk pensioenfonds en de pensioenadministratie van defensie wordt geëffectueerd van elkaar af. Genoemd fonds heeft tevens de zorg voor de toekenning en aanpassing van de pensioenen, aan nagelaten betrekkingen van overleden beroepsmilitairen en overleden ontslagen beroepsmilitairen (met inbegrip van daarmede gelijkgestelden) en ten laste komende van dat pensioenfonds.

Hoewel de nagelaten betrekkiningen als hiervoor bedoeld voor wat de aanpassing van hun pensioenen betreft zullen vallen onder de werking van dit besluit is het uit een oogpunt van doelmatigheid noodzakelijk de Directie van het pensioenfonds de bevoegdheid te geven om, met inachtneming van de materiële inhoud van dit besluit, de pensioenen aan te passen overeenkomstig de wijze, welke voor de overige ten laste van het fonds komende pensioenen is gehanteerd.

De Staatssecretaris van Defensie,

C.L.J. van Lent